Valpreventie bij ouderen
Valpreventie betekent het verkleinen van de kans dat een oudere valt en daarbij letsel oploopt. Vallen komt bij ouderen regelmatig voor en kan ernstige gevolgen hebben, zoals botbreuken, hoofdletsel, angst om opnieuw te vallen en verlies van zelfstandigheid. In Nederland belandt gemiddeld iedere vijf minuten een 65-plusser op de Spoedeisende Hulp na een valongeval.
Waardoor neemt het valrisico toe?
Een val ontstaat meestal niet door één oorzaak. Vaak spelen meerdere factoren tegelijk een rol, zoals:
- Verminderde spierkracht of een slechter evenwicht;
- Moeilijk lopen of opstaan;
- Duizeligheid of een lage bloeddruk;
- Slecht zicht;
- Voetproblemen of ongeschikte schoenen;
- Bijwerkingen of combinaties van medicijnen;
- Dementie, verwardheid of verminderd inzicht;
- Haast, vermoeidheid of angst om te vallen;
- Losse kleedjes, snoeren, drempels en onvoldoende verlichting;
- Het niet of verkeerd gebruiken van een wandelstok of rollator.
Ook een eerdere val is een belangrijk waarschuwingssignaal. Na een val kan iemand uit angst minder gaan bewegen. Hierdoor nemen spierkracht en evenwicht verder af, waardoor de kans op een nieuwe val juist groter wordt.
Wat helpt om vallen te voorkomen?
Blijven bewegen
Dagelijks bewegen helpt om spieren, conditie en mobiliteit te behouden. Vooral oefeningen voor spierkracht en evenwicht zijn belangrijk. Een fysiotherapeut of oefentherapeut kan beoordelen welke oefeningen veilig en geschikt zijn. Er bestaan ook erkende valpreventieprogramma’s, zoals In Balans, Otago en Vallen Verleden Tijd.
De woning veiliger maken
Veel valpartijen gebeuren in of rond de woning. Het risico kan worden verkleind door:
- Losse spullen en kleedjes te verwijderen;
- Snoeren weg te werken;
- Voor voldoende verlichting te zorgen;
- Antislipmateriaal in de badkamer te gebruiken;
- Handgrepen bij douche en toilet te plaatsen;
- Stevige trapleuningen te gebruiken;
- Dagelijks gebruikte spullen binnen handbereik te bewaren;
- Goed passende, stevige en platte schoenen te dragen.
Een ergotherapeut kan thuis bekijken waar risico’s aanwezig zijn en adviseren over woningaanpassingen of hulpmiddelen.
Medicijnen laten controleren
Sommige medicijnen kunnen duizeligheid, sufheid, spierzwakte of een lage bloeddruk veroorzaken. Het valrisico kan ook toenemen wanneer iemand meerdere medicijnen tegelijk gebruikt. Medicijnen mogen niet zelfstandig worden gestopt. De huisarts of apotheker kan beoordelen of aanpassing nodig en verantwoord is.
Hulpmiddelen goed gebruiken
Een wandelstok, rollator of looprek kan meer stabiliteit geven, maar alleen wanneer het hulpmiddel goed is afgesteld en correct wordt gebruikt. Een fysiotherapeut, ergotherapeut of thuiszorgmedewerker kan hierbij helpen.
De rol van mantelzorg en thuiszorg
Mantelzorgers en zorgprofessionals kunnen veranderingen vaak vroeg herkennen. Denk aan vaker struikelen, wankel lopen, moeite met opstaan, blauwe plekken, duizeligheid of het vasthouden aan meubels.
Het is belangrijk deze signalen te bespreken en niet alleen te zeggen dat iemand “voorzichtiger moet zijn”. Effectieve valpreventie richt zich op de achterliggende oorzaken. Daarbij kunnen de huisarts, wijkverpleegkundige, fysiotherapeut, ergotherapeut, apotheker en gemeente samenwerken.
De eigen regie van de oudere blijft belangrijk. Iemand volledig beperken of uit angst nauwelijks meer laten bewegen, voorkomt vallen niet altijd en kan juist leiden tot spierverlies, afhankelijkheid en een verdere achteruitgang. In het verpleeghuis wordt fysieke fixatie daarom afgeraden; het uitgangspunt is zo veilig mogelijk leven met behoud van vrijheid.
Na een val
Na een val moet eerst worden gecontroleerd of er letsel is. Laat iemand niet direct opstaan wanneer er veel pijn is, een heup vreemd staat, iemand het hoofd heeft geraakt of bewegen niet lukt. Schakel bij mogelijk ernstig letsel medische hulp in.
Daarna is het belangrijk te onderzoeken waardoor de val is ontstaan. Kijk bijvoorbeeld naar de gezondheid, bloeddruk, medicijnen, het lopen, schoeisel, hulpmiddelen en de omgeving. Een valincident moet binnen de professionele zorg worden vastgelegd, besproken en opgevolgd om herhaling zo veel mogelijk te voorkomen.
Wanneer professionele hulp inschakelen?
Neem contact op met de huisarts of wijkverpleegkundige wanneer iemand:
- Meerdere keren is gevallen;
- Steeds onzekerder of wankeler loopt;
- Regelmatig duizelig is;
- Bang is om te bewegen of opnieuw te vallen;
- Moeite heeft met opstaan of lopen;
- Veel verschillende medicijnen gebruikt;
- Na een val pijn, verwardheid of andere klachten houdt.
Valpreventie kan niet ieder risico volledig wegnemen. Door tijdig naar gezondheid, beweging, medicatie, hulpmiddelen en de woonomgeving te kijken, kunnen veel valpartijen en ernstige gevolgen echter worden voorkomen.