Welkom 
 

                                          Hersenmist (Brain Fog) 

                                                                                                          Wanneer denken, onthouden en functioneren niet meer vanzelfsprekend zijn


Brain fog betekent letterlijk hersenmist.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      De term wordt gebruikt voor een combinatie van cognitieve klachten waarbij iemand tijdelijk, wisselend of langdurig minder helder kan denken. Het gaat niet alleen om vergeetachtigheid. Ook aandacht, concentratie, taal, informatieverwerking, planning, initiatief, besluitvorming en het vermogen om meerdere handelingen te combineren kunnen verminderd zijn.

Brain fog is geen afzonderlijke officiële diagnose.                                                                                                                                                                                                                                                                                            Het is een beschrijvende verzamelnaam voor klachten die bij verschillende lichamelijke, neurologische, hormonale en psychische aandoeningen kunnen voorkomen.                                                                                    

Een internationale wetenschappelijke overzichtsstudie uit 2025 beschrijft brain fog als een breed maar herkenbaar patroon waarin vooral cognitieve problemen, vermoeidheid en emotionele factoren samenkomen. De onderzoekers benadrukken dat brain fog niet bij iedereen dezelfde biologische oorzaak heeft.
University College London Hospitals omschrijft brain fog als cognitieve klachten die het dagelijks functioneren beïnvloeden. Daarbij worden vooral problemen genoemd met het directe geheugen, woordvinding, aandacht, planning, organisatie, multitasken en de snelheid waarmee informatie wordt verwerkt.

Brain fog is meer dan iets vergeten
Iedereen vergeet weleens een naam, een afspraak of waarom hij naar een andere kamer liep. Bij brain fog is er meestal sprake van een breder patroon. De hersenen verwerken informatie minder efficiënt, waardoor zelfs eenvoudige activiteiten veel mentale energie kunnen kosten.

Iemand kan bijvoorbeeld:

  • Een gesprek horen, maar de inhoud niet goed opslaan;
  • Een tekst lezen zonder te begrijpen wat er staat;
  • Midden in een zin vergeten wat hij wilde zeggen;
  • Bekende woorden niet kunnen vinden;
  • Moeite hebben om een verhaal logisch op te bouwen;
  • Niet meer weten welke stap na de vorige moet komen;
  • Overweldigd raken wanneer meerdere mensen tegelijk praten;
  • Vastlopen wanneer verschillende taken gecombineerd moeten worden;
  • Langer nodig hebben om een vraag te begrijpen;
  • Pas uren later volledig beseffen wat tijdens een gesprek is gezegd;
  • Vergeten welke afspraken zijn gemaakt;
  • Een gedachte verliezen voordat deze kan worden uitgesproken;
  • Fouten niet of pas later opmerken;
  • Moeite hebben om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden.


Het probleem is dus niet altijd dat informatie volledig verdwenen is. Soms komt informatie te langzaam binnen, wordt zij onvoldoende opgeslagen of kan zij op het benodigde moment niet worden teruggevonden.
Welke cognitieve functies kunnen worden beïnvloed?

Aandacht en concentratie
Aandacht is nodig om relevante informatie te selecteren en afleiding te onderdrukken. Bij brain fog kan iemand zijn aandacht minder lang vasthouden. Achtergrondgeluid, bewegende beelden, telefoons, andere gesprekken of onverwachte vragen kunnen de verwerking verstoren.

Hierdoor kan iemand tijdens een gesprek afwezig lijken, terwijl hij zich juist intensief probeert te concentreren.

Werkgeheugen
Het werkgeheugen houdt informatie korte tijd vast terwijl iemand ermee bezig is. Het is bijvoorbeeld nodig om een telefoonnummer te onthouden, een instructie uit te voeren, een rekensom te maken of de draad van een gesprek vast te houden.

Wanneer het werkgeheugen minder goed functioneert                                                                                                                                                                                                                                                                                    Kan informatie al verdwijnen voordat iemand er iets mee heeft kunnen doen.

Informatieverwerkingssnelheid
De informatie kan wel worden begrepen, maar meer tijd nodig hebben om te worden verwerkt. Een snelle opeenvolging van vragen, argumenten of beslissingen kan daardoor te veel worden.
Een vertraagde reactie betekent niet automatisch dat iemand geen antwoord wil geven, iets verbergt of niet geïnteresseerd is. De verwerking kan eenvoudigweg nog niet voltooid zijn.

Taal en woordvinding
Iemand weet wat hij bedoelt, maar kan het passende woord niet vinden. Ook kunnen namen, begrippen of zinsconstructies tijdelijk verdwijnen. Daardoor kan een verhaal onsamenhangend, aarzelend of onvolledig klinken.

Executieve functies
Executieve functies zijn nodig om te plannen, prioriteiten te stellen, te beginnen, bij te sturen, problemen op te lossen en beslissingen te nemen. Het National Cancer Institute omschrijft executief functioneren onder andere als het vermogen om te plannen, hypotheses te vormen en beslissingen te nemen.
Bij brain fog kan iemand daardoor precies weten dát iets moet gebeuren, maar niet in staat zijn om de handeling te organiseren of te starten.

Cognitieve flexibiliteit
Cognitieve flexibiliteit is het vermogen om tussen onderwerpen, regels of taken te schakelen.                                                                                                                                                                                                                        

Bij brain fog kan een onverwachte verandering het volledige overzicht verstoren. Iemand kan dan blokkeren, geïrriteerd raken of zich terugtrekken.

Hoe kan brain fog worden ervaren?
Mensen beschrijven brain fog onder andere als:

  • “Het voelt alsof er watten in mijn hoofd zitten.”
  • “Ik hoor de woorden wel, maar ze komen niet binnen.”
  • “Ik weet wat ik wil zeggen, maar ik kan er niet bij.”
  • “Ik heb het gevoel dat mijn hersenen te laat reageren.”
  • “Wanneer iemand te veel informatie geeft, valt alles weg.”
  • “Ik kan één ding doen, maar niet meerdere dingen tegelijk.”
  • “Na een gesprek ben ik lichamelijk en geestelijk uitgeput.”
  • “Op het moment zelf zeg ik ja, maar later begrijp ik pas wat er eigenlijk is besproken.”
  • “Mijn hoofd stopt ermee voordat mijn lichaam stopt.”



Deze ervaringen kunnen ernstig zijn, ook wanneer een kort gesprek, een eenvoudige test of een momentopname weinig afwijkingen laat zien.

Subjectieve klachten kunnen reëel zijn, ook wanneer een test weinig laat zien
Een belangrijk professioneel aandachtspunt is dat de ervaren cognitieve beperkingen niet altijd volledig zichtbaar worden tijdens een korte cognitieve test. Het National Cancer Institute stelt dat formeel neuropsychologisch onderzoek subtiele veranderingen kan missen, bijvoorbeeld wanneer iemand vóór zijn ziekte op een hoog niveau functioneerde.

Een test kan iemand vergelijken met een gemiddelde normgroep. Iemand kan daardoor formeel nog binnen de normale waarden scoren, terwijl hij ten opzichte van zijn eigen vroegere functioneren sterk is achteruitgegaan. Er bestaat bovendien een duidelijke relatie tussen ervaren cognitieve problemen, verminderd dagelijks functioneren en een lagere kwaliteit van leven.
Een ogenschijnlijk normale testuitslag betekent daarom niet automatisch dat de dagelijkse beperkingen niet bestaan.

Waardoor ontstaat brain fog?
Er is geen universele oorzaak. Het wetenschappelijk onderzoek laat zien dat brain fog bij verschillende aandoeningen waarschijnlijk door verschillende mechanismen ontstaat.

Mogelijke mechanismen die worden onderzocht zijn onder andere:

  • Veranderingen in de informatieverwerking van hersennetwerken;
  • Laaggradige ontstekingsprocessen;
  • Veranderingen in de bloedtoevoer naar de hersenen;
  • Hormonale veranderingen;
  • Verstoring van het autonome zenuwstelsel;
  • Ernstige of langdurige vermoeidheid;
  • Slaaptekort of niet-herstellende slaap;
  • Pijn;
  • Stress en voortdurende mentale belasting;
  • Bijwerkingen van medicijnen;
  • Gevolgen van infecties of medische behandelingen.

University College London Hospitals benadrukt dat de precieze oorzaak nog niet volledig bekend is. Ontstekingsprocessen, chemische veranderingen en veranderingen in de bloedtoevoer worden als mogelijke verklaringen onderzocht. Vermoeidheid, pijn, angst en somberheid kunnen de cognitieve klachten daarnaast versterken.

Brain fog betekent niet automatisch dat er blijvende hersenschade aanwezig is. Bij sommige aandoeningen kunnen wel aantoonbare neurologische of lichamelijke veranderingen bestaan, maar brain fog is op zichzelf geen bewijs voor structurele hersenschade.

Bij welke ziekten en omstandigheden komt brain fog voor?
Brain fog kan bij uiteenlopende aandoeningen voorkomen. Opsomming hieronder is niet volledig maar zie hiervoor Vervolg Brain Fog.

ME/CVS
Cognitieve problemen behoren tot de kenmerkende klachten van myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom. Mensen kunnen moeite hebben met snel denken, details onthouden, hun aandacht vasthouden, woorden vinden en informatie verwerken.

Bij ME/CVS kunnen cognitieve klachten verergeren na lichamelijke, mentale, sociale of emotionele inspanning. Dit wordt post-exertionele malaise, of PEM, genoemd. De verslechtering kan pas uren of dagen na de activiteit ontstaan en dagen of weken aanhouden.

Post-COVID
De Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention noemen moeite met denken en concentreren, vaak aangeduid als brain fog, als een veelvoorkomend neurologisch symptoom van post-COVID. De klachten kunnen samengaan met hoofdpijn, slaapproblemen, duizeligheid, angst en depressieve klachten.
Ook het Nederlandse NHG stelt dat COVID-19 kan leiden tot geheugen- en concentratieproblemen. De richtlijn benadrukt dat huisartsen deze klachten serieus moeten nemen en moeten onderzoeken wat zij betekenen voor het dagelijks functioneren.

Fibromyalgie
Bij fibromyalgie worden cognitieve klachten ook wel “fibro fog” genoemd. Mensen kunnen moeite hebben met concentreren, onthouden, woorden vinden en gedachten ordenen. Pijn, vermoeidheid en slechte slaap kunnen elkaar hierbij versterken.

Kanker en kankerbehandelingen
Cognitieve klachten tijdens of na kanker worden vaak “chemo brain” genoemd, maar zij kunnen ook vóór chemotherapie bestaan of samenhangen met andere behandelingen. Chemotherapie, bestraling van de hersenen, immunotherapie, hormonale behandelingen, operaties, de kanker zelf, vermoeidheid en psychische belasting kunnen een rol spelen.
Veelgenoemde klachten zijn geheugenproblemen, tragere informatieverwerking, verminderde concentratie en problemen met executieve functies.

Overgang en hormonale veranderingen
Tijdens de peri-menopauze en menopauze kunnen geheugen- en concentratieproblemen optreden. Deze klachten kunnen sterker worden door slaapproblemen, opvliegers, vermoeidheid, stemmingsveranderingen en hormonale schommelingen.

Multiple sclerose en andere neurologische aandoeningen
Bij multiple sclerose kunnen cognitieve vermoeidheid, tragere informatieverwerking, geheugenproblemen en moeite met beslissingen en aandacht voorkomen. Cognitieve problemen komen daarnaast voor bij onder meer niet-aangeboren hersenletsel, de ziekte van Parkinson, epilepsie, migraine, hersenschuddingen en na een beroerte.
Niet bij iedere neurologische aandoening wordt formeel de term brain fog gebruikt. De klachten kunnen echter sterk overeenkomen.

Psychische aandoeningen en langdurige stress
Depressie, angststoornissen, PTSS, burn-out en langdurige stress kunnen aandacht, geheugen, motivatie en informatieverwerking beïnvloeden. Iemand kan zich vertraagd, afwezig of mentaal geblokkeerd voelen.
Dat betekent niet dat brain fog uitsluitend psychisch is. Lichamelijke en psychische factoren kunnen tegelijkertijd aanwezig zijn en elkaar versterken. Onderzoek naar brain fog benadrukt juist dat cognitie, vermoeidheid en stemming moeilijk volledig van elkaar zijn te scheiden.

Slaapstoornissen
Slaaptekort, slaapapneu, vaak wakker worden en niet-herstellende slaap kunnen leiden tot concentratieproblemen, tragere reacties, prikkelbaarheid en geheugenklachten.
Lichamelijke en metabole oorzaken

Brain fog-achtige klachten kunnen daarnaast voorkomen bij onder andere:

  • Schildklierafwijkingen;
  • Bloedarmoede;
  • Tekorten aan vitamine B12 of foliumzuur;
  • Sterke schommelingen in de bloedsuiker;
  • Diabetes;
  • Nier- of leverfunctiestoornissen;
  • Auto-immuunziekten;
  • langdurige infecties;
  • Chronische pijn;
  • Uitdroging;
  • Ondervoeding;
  • Hormonale aandoeningen.


Medicijnen, alcohol en andere middelen
Slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen, sommige pijnstillers, antihistaminica, bepaalde antidepressiva, anti-epileptica en andere geneesmiddelen kunnen sufheid of cognitieve vertraging veroorzaken.
Medicatie mag niet zelfstandig worden gestopt. Een arts of apotheker kan beoordelen of klachten mogelijk door een medicijn, combinatie van medicijnen of dosering worden beïnvloed.

Wat doet brain fog lichamelijk?
Brain fog is in de eerste plaats een cognitieve klacht, maar kan duidelijke lichamelijke gevolgen hebben.
Mentale inspanning kan lichamelijke uitputting veroorzaken
Denken kost energie. Wanneer informatieverwerking minder efficiënt verloopt, kan iemand veel meer inspanning nodig hebben voor een gesprek, administratie, autorit, vergadering of bezoek aan een drukke winkel.

Na cognitieve belasting kunnen onder andere toenemen:

  • Zware vermoeidheid;
  • Hoofdpijn;
  • Duizeligheid;
  • Misselijkheid;
  • Spierpijn;
  • Trillingen;
  • Druk in het hoofd;
  • Hartkloppingen;
  • Licht- en geluidsgevoeligheid;
  • Behoefte om te liggen of te slapen;
  • Tijdelijke verergering van andere ziekteverschijnselen.


Vooral bij ME/CVS kan ook mentale inspanning PEM veroorzaken. De CDC adviseert daarom activiteiten en herstelmomenten op elkaar af te stemmen, zodat iemand binnen zijn individuele belastbaarheid blijft.
Het lichaam kan voortdurend onder spanning staan
Wanneer iemand bang is om fouten te maken of steeds probeert cognitieve beperkingen te verbergen, kan het lichaam in een voortdurende staat van spanning blijven. Dit kan slaap, pijn, spierspanning, 

Vermoeidheid en prikkelbaarheid verder verslechteren.
Dagelijkse zelfzorg kan afnemen
Iemand kan vergeten te eten, onvoldoende drinken, medicijnen verkeerd innemen, afspraken missen of geen energie overhouden om te koken, douchen of bewegen.
De lichamelijke achteruitgang ontstaat dan niet rechtstreeks door brain fog, maar doordat cognitieve beperkingen de dagelijkse zelfzorg verstoren.

Wat doet brain fog psychisch?
Verlies van vertrouwen in het eigen denken
Mensen kunnen onzeker worden over hun geheugen, waarneming en besluitvorming.                                                                                                                                                                                                                                     

Zij vragen zich af:

  • “Heb ik dat verkeerd onthouden?”
  • “Heb ik dit gesprek echt gevoerd?”
  • “Kan ik nog wel op mezelf vertrouwen?”
  • “Waarom lukt iets eenvoudigs mij niet meer?”



Dat kan het zelfvertrouwen ernstig aantasten.

Schaamte en schuldgevoel
Iemand kan zich schamen voor fouten, herhaling, woord bevinding problemen of gemiste afspraken. Ook kan schuld ontstaan tegenover een partner, kinderen, collega’s of familieleden.

Angst
De klachten kunnen angst oproepen voor dementie, hersenschade, ontslag, verlies van zelfstandigheid of het uiteenvallen van relaties.
Angst kan vervolgens de aandacht en informatieverwerking verder verstoren, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat.

Somberheid en rouw
Mensen kunnen rouwen om hun vroegere functioneren, loopbaan, zelfstandigheid, sociale leven of identiteit. Wanneer iemand voorheen veel kon organiseren en dragen, kan afhankelijkheid bijzonder confronterend zijn.

Prikkelbaarheid en emotionele ontregeling
Wanneer de cognitieve belasting te hoog wordt, kan iemand kortaf, geïrriteerd, emotioneel of teruggetrokken reageren. Dit is niet altijd een bewuste keuze. Het kan een signaal zijn dat de hersenen geen extra informatie of prikkels meer kunnen verwerken.

Wat doet brain fog met de omgeving?
Brain fog raakt niet alleen degene die de klachten heeft. Partners, kinderen, familieleden, vrienden, collega’s en zorgverleners krijgen eveneens te maken met de gevolgen.
De partner moet meer overnemen

Een partner kan steeds meer verantwoordelijk worden voor:

  • Planning;
  • Administratie;
  • Afspraken;
  • Boodschappen;
  • Vervoer;
  • Opvoeding;
  • Medicatie;
  • Communicatie met instanties;
  • Het bewaken van rust en grenzen.


Daardoor kan de relatie ongemerkt veranderen van een gelijkwaardige partnerrelatie in een zorgrelatie. De gezonde partner kan overbelast, eenzaam of gefrustreerd raken.
Kinderen kunnen gedrag verkeerd begrijpen

Een kind kan denken dat een ouder:

  • Niet luistert;
  • Niet geïnteresseerd is;
  • Afspraken niet belangrijk vindt;
  • Snel boos wordt;
  • Liever alleen wil zijn;
  • Geen zin heeft om iets samen te doen.


Zonder uitleg kan een kind het gedrag op zichzelf betrekken: “Mama of papa vindt mij niet belangrijk.” Dat kan onzekerheid, boosheid of terugtrekgedrag veroorzaken.

Collega’s kunnen iemand onbetrouwbaar vinden
Wanneer iemand afspraken vergeet, fouten maakt, langzaam reageert of minder initiatief toont, kan dit worden geïnterpreteerd als ongemotiveerd, ongeïnteresseerd of ongeschikt.
De cognitieve beperking is meestal niet zichtbaar. Daardoor wordt het gedrag beoordeeld zonder dat de oorzaak wordt herkend.

Naasten kunnen gaan twijfelen
Wanneer iemand op het ene moment goed functioneert en enkele uren later niet meer, kan de omgeving denken dat de klachten worden overdreven.
Dat wisselende karakter is juist kenmerkend voor verschillende aandoeningen waarbij brain fog voorkomt. Een korte periode van helder functioneren zegt weinig over de belastbaarheid gedurende een hele dag of week.

Hoe brain fog verkeerd kan worden geïnterpreteerd
Een van de grootste gevaren van brain fog is niet alleen de cognitieve beperking zelf.                                                                                                                                                                                                                                      

Maar de betekenis die anderen aan het gedrag geven.

  • Vergeten wordt gezien als onverschilligheid
  • Een vergeten afspraak kan worden uitgelegd als: “Je vindt het blijkbaar niet belangrijk.”



In werkelijkheid kan de afspraak onvoldoende zijn opgeslagen of op het benodigde moment niet worden teruggevonden.

Een trage reactie wordt gezien als ontwijken
Iemand kan tijd nodig hebben om een vraag te begrijpen en een antwoord te formuleren. De ander kan dit interpreteren als ontwijkend, achterdochtig of niet eerlijk.

Woord bevindingsproblemen worden gezien als onzekerheid of liegen
Wanneer iemand zoekt naar woorden, zichzelf verbetert of een verhaal niet vloeiend vertelt, kan de indruk ontstaan dat het verhaal niet klopt.
Een haperend verhaal is echter niet automatisch een onwaar verhaal.

Terugtrekken wordt gezien als emotionele afstand
Iemand kan gesprekken, feestjes of drukke situaties vermijden omdat de cognitieve en zintuiglijke belasting te hoog is. Een partner kan dit ervaren als afwijzing, verlies van liefde of desinteresse.

Verminderde initiatief name wordt gezien als luiheid
Executieve problemen kunnen het starten van een taak blokkeren. Iemand kan willen handelen, maar niet tot een logisch beginpunt komen.

Wisselend functioneren wordt gezien als selectief gedrag
Wanneer iemand op maandag iets wel kan en op dinsdag niet, kan de omgeving denken dat hij alleen doet wat hem uitkomt.
Belastbaarheid kan echter worden beïnvloed door eerdere inspanning, slaap, pijn, stress, prikkels, lichamelijke klachten en het tijdstip van de dag.

Emotionele reacties worden gezien als karakterproblemen
Irritatie, huilen of afsluiten kan ontstaan wanneer de cognitieve grens is bereikt. Zonder kennis van brain fog kan dit worden gezien als onredelijk, onvolwassen of manipulatief gedrag.
Brain fog verklaart niet automatisch ieder gedrag en ontslaat iemand niet van verantwoordelijkheid. Het betekent wel dat gedrag eerst in de juiste cognitieve en medische context moet worden geplaatst voordat er conclusies over motivatie, karakter of intenties worden getrokken.

Brain fog binnen relaties en scheidingen
Binnen een relatie kan brain fog een grote rol spelen zonder dat beide partners dit herkennen.
Gesprekken over emoties, financiën, opvoeding en toekomst vragen veel van aandacht, geheugen en executief functioneren.                                                                                                                                                                

Wanneer iemand cognitief overbelast is, kan hij:

  • Informatie maar gedeeltelijk opnemen;
  • Instemmen om een gesprek te beëindigen;
  • Later pas begrijpen wat is gezegd;
  • Afspraken anders herinneren;
  • De volgorde van gebeurtenissen verwisselen;
  • Moeite hebben om gevoelens onder woorden te brengen;
  • Zich terugtrekken wanneer de druk oploopt;
  • Alleen nog reageren op het meest bedreigende deel van een gesprek;
  • Geen overzicht meer hebben over oorzaak en gevolg;
  • Keuzes maken om op korte termijn rust te krijgen.

De andere partner kan dit interpreteren als gebrek aan liefde, weigering om te communiceren, besluiteloosheid, onbetrouwbaarheid of manipulatie.

Gevaar tijdens een scheidingsproces
Tijdens een scheiding zijn de emotionele en cognitieve eisen bijzonder hoog. Er moeten ingewikkelde beslissingen worden genomen over wonen, financiën, kinderen, juridische afspraken en toekomstplannen.

Brain fog kan dan het risico vergroten op:

  • Onvoldoende begrijpen van documenten;
  • Vergeten van afspraken of termijnen;
  • Niet overzien van financiële gevolgen;
  • Instemmen zonder volledige verwerking;
  • Moeite om een volledig en chronologisch verhaal te vertellen;
  • Afhankelijkheid van degene die informatie selecteert of samenvat;
  • Verwarring over wat feitelijk is besproken;
  • Snelle beslissingen om spanning te beëindigen;
  • Het niet kunnen corrigeren van een onvolledig of eenzijdig verhaal.


Professionals kunnen inconsistenties ten onrechte zien als bewijs dat iemand onbetrouwbaar is.                                                                                                                                                                                                            Bij cognitieve klachten is het daarom belangrijk om niet alleen te luisteren naar een verhaal, maar ook te kijken naar medische omstandigheden, belastbaarheid, schriftelijke informatie, de volledige tijdlijn en onafhankelijke bevestiging.

Brain fog betekent niet                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            Dat iemand geen beslissingen kan nemen. Wel kan extra tijd, herhaling, schriftelijke uitleg en ondersteuning nodig zijn om tot een daadwerkelijk geïnformeerde beslissing te komen.

Waar kan het nog meer misgaan?

  • Gezondheidszorg

Een patiënt kan:

  • Instructies verkeerd begrijpen;
  • Informatie uit een consult vergeten;
  • Niet weten welke klachten wanneer begonnen;
  • Medicatie verwisselen;
  • Vervolgafspraken missen;
  • Onvoldoende vragen stellen;
  • Pas later beseffen dat belangrijke informatie niet is besproken.

Een kort mondeling consult kan daardoor onvoldoende zijn. Schriftelijke samenvattingen, een medicatieoverzicht en eventueel een vertrouwd persoon bij het gesprek kunnen helpen.

Medicatieveiligheid
Bij meerdere medicijnen kunnen doseringen, innametijden en veranderingen door elkaar raken. Dit kan leiden tot dubbel innemen, vergeten doses of het onbedoeld combineren van middelen.
Een medicijndoos, wekker, aftekenlijst of ondersteuning door thuiszorg of apotheek kan noodzakelijk zijn.

Werk
Op het werk kan brain fog leiden tot:

  • Fouten in administratie;
  • Gemiste deadlines;
  • Moeite met vergaderingen;
  • Verlies van overzicht;
  • Langzamer werktempo;
  • Moeite met onverwachte veranderingen;
  • Problemen met complexe instructies;
  • Uitputting na korte perioden van concentratie;
  • Onveiligheid bij risicovol werk.


Iemand kan tijdens een gesprek professioneel overkomen en toch niet in staat zijn om acht uur achter elkaar op hetzelfde niveau te functioneren.

Autorijden en machines
Autorijden vraagt voortdurende aandacht, snelle informatieverwerking, ruimtelijk inzicht en snelle besluitvorming. Ernstige vermoeidheid, vertraagde reacties of concentratieverlies kunnen de verkeersveiligheid beïnvloeden.
Wanneer iemand tijdens het rijden de aandacht verliest, routes niet meer herkent, vertraagd reageert of overweldigd raakt, is medische beoordeling noodzakelijk. Hetzelfde geldt voor het werken met machines of 

Andere veiligheid kritische taken.

  • Financiën en administratie

Brain fog kan leiden tot:

  • Vergeten rekeningen;
  • Dubbele betalingen;
  • Gemiste toeslagen;
  • Ongeopende post;
  • Fouten in belastingzaken;
  • Onvoldoende begrijpen van contracten;
  • Verhoogde kwetsbaarheid voor fraude of misleiding.

Automatische betalingen, vaste administratiemomenten en controle door een vertrouwd persoon kunnen risico’s beperken.

Opvoeding en huishouden
De dagelijkse zorg voor kinderen vraagt voortdurend plannen, onthouden en schakelen. Brain fog kan problemen geven bij:

  • Schooltijden;
  • Zwemles of sport;
  • Medicatie;
  • Eten en boodschappen;
  • Toezicht;
  • Afspraken met hulpverleners;
  • Het combineren van meerdere kinderen en activiteiten.


Dat maakt iemand niet automatisch een slechte ouder. Het betekent dat structuur en praktische ondersteuning nodig kunnen zijn.

Onderwijs en opleiding
Studenten kunnen moeite hebben met lange teksten, tentamens, deadlines en het gelijktijdig luisteren en noteren. Extra tijd, rustige ruimtes, opgenomen lessen en aangepaste belasting kunnen noodzakelijk zijn.

Sociale contacten
Gesprekken en drukke bijeenkomsten kunnen te vermoeiend worden. Iemand kan afspraken afzeggen, namen vergeten of minder deelnemen. Daardoor kunnen vriendschappen verdwijnen en kan sociaal isolement ontstaan.
Onderzoek naar subjectieve cognitieve problemen bij chronische ziekten beschrijft gevolgen zoals sociale isolatie, schuldgevoel, stigma, verlies van zelfvertrouwen en angst voor inkomensverlies.

Contact met instanties en juridische procedures
Complexe formulieren, lange gesprekken en strakke termijnen kunnen onoverzichtelijk worden. Iemand kan daardoor als nalatig of niet-coöperatief worden beoordeeld, terwijl er sprake is van cognitieve overbelasting.  
Belangrijke gesprekken kunnen beter schriftelijk worden bevestigd. Bij complexe besluiten kan een ondersteuner, cliëntondersteuner, advocaat of andere deskundige helpen de informatie te ordenen.


Wat heeft iemand nodig om te kunnen functioneren?
Functioneren met brain fog betekent vaak niet dat de klachten verdwenen zijn. Het betekent dat iemand zijn omgeving, tempo en activiteiten zodanig aanpast dat de beschikbare cognitieve capaciteit niet voortdurend wordt overschreden.

Eén taak tegelijk
Multitasking belast het werkgeheugen en de executieve functies. Het helpt om één taak af te ronden voordat een volgende taak wordt gestart.

Informatie vertragen
Mensen met brain fog hebben vaak extra verwerkingstijd nodig. Gesprekken moeten rustig verlopen, zonder meerdere vragen tegelijk.

Het kan nodig zijn om:

  • Informatie te herhalen;
  • Pauzes in te lassen;
  • Moeilijke woorden te vermijden;
  • Informatie in kleine delen aan te bieden;
  • Na het gesprek schriftelijk samen te vatten wat is afgesproken.


Het geheugen naar buiten verplaatsen
Niet alles hoeft in het hoofd te worden bewaard. Hulpmiddelen zijn geen teken van zwakte, maar een vorm van cognitieve compensatie.

Mogelijke hulpmiddelen zijn:

  • Agenda’s;
  • Telefoonmeldingen;
  • Stappenplannen;
  • Checklists;
  • Een whiteboard;
  • Boodschappenlijsten;
  • Spraakmemo’s;
  • Vaste mappen;
  • Een medicijndoos;
  • Een vaste plek voor sleutels en documenten;
  • Schriftelijke bevestiging van afspraken.


Thuisarts.nl adviseert bij cognitieve klachten na COVID-19 onder andere om belangrijke zaken op te schrijven, vaste plaatsen voor spullen te gebruiken en afleidende prikkels zoals radio, televisie en telefoonmeldingen te beperken.

Prikkels verminderen
Licht, geluid, beweging en gesprekken kunnen tegelijkertijd om aandacht vragen. Een rustige ruimte, weinig achtergrondgeluid, gedimd licht en beperkte telefoonmeldingen kunnen de beschikbare aandacht vergroten.

Activiteiten doseren
Activiteiten moeten worden afgestemd op de individuele belastbaarheid. Dit geldt niet alleen voor lichamelijke inspanning, maar ook voor:

  • Gesprekken;
  • Lezen;
  • Autorijden;
  • Beeldschermgebruik;
  • Sociale contacten;
  • Administratie;
  • Emoties;
  • Besluitvorming.


Bij aandoeningen met PEM, zoals ME/CVS, is “steeds een beetje meer doen” niet automatisch veilig. NICE adviseert geen programma’s met vaste stapsgewijze verhogingen van activiteit als behandeling voor ME/CVS. De belasting moet individueel worden afgestemd en binnen de persoonlijke energiegrenzen blijven.

Werken op het beste moment van de dag
Veel mensen hebben uren waarop de cognitieve functies beter zijn. Belangrijke gesprekken, administratie en complexe beslissingen kunnen het beste op die momenten worden gepland.

Pauzes nemen vóórdat het misgaat
Wachten tot iemand volledig is vastgelopen, betekent vaak dat herstel veel langer duurt. Korte, geplande pauzes kunnen effectiever zijn dan doorgaan tot totale uitputting.

Voorbereiden van gesprekken
Voor een medisch, juridisch of emotioneel gesprek kan iemand vooraf opschrijven:

  • Wat er besproken moet worden;
  • Welke vragen er zijn;
  • Welke feiten belangrijk zijn;
  • Wat nog niet duidelijk is;
  • Welke beslissing nog niet direct genomen kan worden.

Na afloop kan een schriftelijke samenvatting worden gevraagd.

Werk aanpassen
Mogelijke aanpassingen zijn:

  • Minder uren;
  • Meer hersteltijd;
  • Een rustige werkplek;
  • Minder onderbrekingen;
  • Geen nachtdiensten;
  • Schriftelijke instructies;
  • Één opdracht tegelijk;
  • Minder tijdsdruk;
  • Extra controle bij risicovolle handelingen;
  • Thuiswerken;
  • Geleidelijke en individueel afgestemde re-integratie.


Ondersteuning door een ergotherapeut
Een ergotherapeut kan onderzoeken waar iemand in het dagelijks leven vastloopt en praktische oplossingen ontwikkelen voor zelfzorg, huishouden, werk, planning en energiemanagement.
Bij langdurige cognitieve klachten na COVID-19 kan volgens het NHG verwijzing naar ergotherapie worden overwogen wanneer de klachten het dagelijks functioneren belemmeren.
Behandeling van beïnvloedbare factoren

De arts kan onderzoeken of er behandelbare factoren aanwezig zijn, zoals:

  • Slaapstoornissen;
  • Bloedarmoede;
  • Vitamine B12-tekort;
  • Schildklierproblemen;
  • Medicatiebijwerkingen;
  • Pijn;
  • Depressie of angst;
  • Diabetes;
  • Infecties;
  • Hormonale problemen;
  • Nier- of leverfunctiestoornissen.


Er bestaat geen algemeen geneesmiddel tegen alle vormen van brain fog. Behandeling richt zich daarom vooral op de onderliggende aandoening, beïnvloedbare factoren en praktische compensatie.

Wat kan de omgeving doen?
De omgeving kan veel verschil maken door:

  • Niet direct uit te gaan van onwil;
  • Één onderwerp tegelijk te bespreken;
  • Geen belangrijke beslissingen af te dwingen tijdens overbelasting;
  • Afspraken op te schrijven;
  • Tijd te geven om te reageren;
  • Niet voortdurend te corrigeren;
  • Drukte en achtergrondgeluid te verminderen;
  • Belangrijke informatie te herhalen;
  • Te vragen wat iemand heeft begrepen;
  • Rustmomenten te respecteren;
  • Gedrag niet direct als karaktertrek te beoordelen;
  • Te erkennen dat wisselend functioneren mogelijk is.


Ondersteuning betekent niet dat alles moet worden overgenomen. Het doel is dat iemand zoveel mogelijk zelfstandig kan blijven functioneren zonder steeds cognitief te worden overvraagd.

Wanneer is medisch onderzoek nodig?
Maak een afspraak met de huisarts wanneer:

  • De klachten weken of maanden aanhouden;
  • De klachten toenemen;
  • Werken of studeren moeilijker wordt;
  • Dagelijkse taken niet meer lukken;
  • Medicatie wordt vergeten of verkeerd wordt gebruikt;
  • Anderen duidelijke veranderingen opmerken;
  • Er sprake is van ernstige vermoeidheid;
  • De klachten zijn ontstaan na een infectie, behandeling of hoofdletsel;
  • Er nieuwe neurologische klachten ontstaan;
  • Iemand zich zorgen maakt over het geheugen of denken.

Brain fog moet niet automatisch worden toegeschreven aan stress, leeftijd of drukte. Verschillende lichamelijke en psychische oorzaken kunnen onderzocht en soms behandeld worden.
Brain fog is niet hetzelfde als een delier of beroerte
Brain fog ontstaat meestal geleidelijk of wisselend en is doorgaans geen acute medische noodsituatie.

Plotselinge ernstige verwardheid past niet bij gewone brain fog.                                                                                                                                                                                                                                                                          Acute verwardheid kan een delier zijn en moet snel medisch worden beoordeeld.

Bel direct 112 bij plotselinge klachten zoals:

  • Een scheve mond;
  • Krachtsverlies aan één kant;
  • Problemen met praten;
  • Plotseling niet begrijpen wat iemand zegt;
  • Plotseling verlies van gezichtsvermogen;
  • Bewustzijnsverlies;
  • Een epileptische aanval;
  • Plotselinge ernstige verwardheid;
  • Een zeer plotselinge en ongewoon hevige hoofdpijn.

Dit kunnen signalen zijn van een beroerte, epilepsie of een andere acute neurologische aandoening.

Professionele conclusie
Brain fog is geen eenvoudige vorm van vergeetachtigheid. Het is een complex patroon van cognitieve beperkingen dat aandacht, geheugen, taal, informatieverwerking, initiatief, planning en besluitvorming kan beïnvloeden.

De gevolgen kunnen zichtbaar worden                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      In relaties, opvoeding, gezondheidszorg, werk, onderwijs, administratie, mobiliteit en juridische procedures. Een groot risico ontstaat wanneer cognitief gedrag wordt uitgelegd als gebrek aan liefde, onwil, luiheid, 

Manipulatie, onbetrouwbaarheid of karakterproblematiek.
Tegelijkertijd mag brain fog niet als algemene verklaring voor ieder gedrag worden gebruikt. Goede beoordeling vraagt om onderscheid tussen wat iemand niet wil, niet begrijpt, niet onthoudt, niet overziet of op dat moment werkelijk niet kan uitvoeren.

De juiste ondersteuning                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            Bestaat niet alleen uit behandeling. Zij bestaat ook uit erkenning, een aangepast tempo, schriftelijke communicatie, minder prikkels, praktische hulpmiddelen, passende medische beoordeling en begrip voor het verschil tussen zichtbaar gedrag en de onzichtbare cognitieve belasting daarachter.


Deze informatie is bedoeld als algemene voorlichting en vervangt geen onderzoek, diagnose of behandeling door een arts of andere bevoegde zorgprofessional