Welkom 
 

De Ongeschreven regels binnen een narcistisch gezin

In een narcistisch gezin wordt niet altijd hardop gezegd wat wel en niet mag. Toch voelt iedereen het. Er zijn regels, maar ze hangen niet op de koelkast. Ze worden niet uitgesproken tijdens een gesprek. Ze zitten in blikken, stiltes, spanningen, reacties, schuldgevoel en de manier waarop mensen worden behandeld wanneer zij buiten de lijnen kleuren.

Een kind leert die regels vaak al vroeg. Niet omdat iemand zegt: “Jij mag dit niet voelen”, maar omdat het kind merkt dat bepaalde gevoelens problemen geven. Niet omdat iemand zegt: “Jij mag de waarheid niet vertellen”, maar omdat eerlijkheid wordt afgestraft. Niet omdat iemand zegt: “Bescherm het familiebeeld”, maar omdat iedereen voelt dat de buitenwereld niet mag zien wat er binnen gebeurt.
Professionals kijken bij onveilige gezinssystemen niet alleen naar losse incidenten, maar vooral naar patronen. Het Nederlands Jeugdinstituut beschrijft dat liefdevolle zorg, aandacht en geborgenheid belangrijk zijn voor de ontwikkeling van vertrouwen bij kinderen. Wanneer die veiligheid ontbreekt, kan het vertrouwen in anderen worden ondermijnd en kan een kind de schuld voor het gedrag van de ouder bij zichzelf gaan zoeken. In gewone taal betekent dit: een kind denkt dan niet “mijn omgeving is onveilig”, maar vaak “ik doe iets verkeerd”.
Binnen een narcistisch familiesysteem ontstaan vaak dit soort ongeschreven regels:

1. Praat niet over wat er echt gebeurt
De eerste regel is vaak: praat niet openlijk over de waarheid.
Er mag wel gepraat worden over praktische dingen, verjaardagen, werk, school, boodschappen of wat de buitenwereld ziet. Maar over echte pijn, angst, manipulatie, vernedering, stiltebehandeling, schuldgevoel of controle wordt gezwegen.

Wie toch iets benoemt, krijgt vaak reacties zoals:
“Waarom begin je daar weer over?”
“Je maakt alles kapot.”
“Dat hoort binnen de familie te blijven.”
“Je overdrijft.”
“Je moet niet zo negatief doen.”
“Dat is jouw beleving.”

Daardoor leert iemand: Als ik eerlijk ben, komt er ruzie. Als ik zwijg, blijft het rustig.
Maar dat is geen echte rust. Dat is overleven.

2. Voel niet wat je voelt
In een gezond gezin mag een kind boos, verdrietig, bang, teleurgesteld of gekwetst zijn. In een narcistisch gezin mogen gevoelens vaak alleen bestaan als ze passen binnen het systeem.
Verdriet mag soms, zolang het de dominante persoon niet confronteert. Boosheid mag meestal niet, want boosheid wordt gezien als aanval. Angst wordt vaak genegeerd. Teleurstelling wordt omgedraaid. Grenzen worden gezien als ondankbaarheid.

Een kind leert dan niet: wat voel ik?
Een kind leert: welk gevoel is veilig?
Dat is een groot verschil.

Wanneer een kind steeds merkt dat gevoelens worden afgewezen, gaat het zichzelf corrigeren. Het denkt: ik moet niet huilen. Ik moet niet boos zijn. Ik moet niet moeilijk doen. Ik moet rekening houden met de ander. Ik moet zorgen dat de sfeer goed blijft.
Later kan zo iemand volwassen zijn en nog steeds moeite hebben met voelen. Niet omdat die persoon gevoelloos is, maar omdat voelen vroeger gevaarlijk was.

3. Spreek de dominante persoon niet tegen
In een narcistisch gezin is tegenspraak vaak bedreigend. Een andere mening wordt niet gezien als zelfstandigheid, maar als afwijzing, brutaliteit of aanval.
Wie vragen stelt, wordt lastig.
Wie grenzen stelt, wordt hard.
Wie eerlijk is, wordt ondankbaar.
Wie afstand neemt, wordt egoïstisch.
Wie iets benoemt, wordt beschuldigd van drama maken.

Daardoor ontstaat een systeem waarin iedereen om één persoon heen beweegt. De stemming van die persoon bepaalt de sfeer. De kwetsbaarheid van die persoon bepaalt wat wel en niet gezegd mag worden. De behoefte aan controle van die persoon bepaalt hoeveel ruimte anderen krijgen.
Het gevolg is dat kinderen en familieleden zichzelf kleiner maken. Ze slikken woorden in. Ze kiezen veilige antwoorden. Ze zeggen wat de ander wil horen. Ze vermijden onderwerpen waarvan ze weten dat die spanning geven.  Van buiten lijkt dat soms op respect. Vanbinnen is het vaak angst.

4. Bescherm het familiebeeld naar buiten
Een andere belangrijke ongeschreven regel is: de buitenwereld mag het niet zien.
Naar buiten toe moet het gezin normaal, hecht, liefdevol of sterk lijken. Er wordt gelachen op verjaardagen. Er worden nette foto’s gemaakt. Er wordt vriendelijk gedaan tegen buren, school, familie of professionals. De buitenwereld ziet vaak de aangepaste versie van het gezin.
Maar binnen kan sprake zijn van spanning, controle, stilte, verwijten, emotionele druk of angst.
Dat maakt het voor slachtoffers verwarrend. Zij zien twee werelden. De buitenwereld ziet de charmante, redelijke of zorgzame kant. 

Binnen het gezin ziet men de andere kant: de controle, de boosheid, de koude stilte, de verdraaiing of de druk.

Daardoor kan iemand gaan twijfelen:
“Als iedereen hem zo aardig vindt, ligt het dan aan mij?”
“Als iedereen haar zo zorgzaam vindt, overdrijf ik dan?”
“Als niemand het ziet, hoe kan ik het dan bewijzen?”

Juist dat maakt narcistische familiesystemen zo moeilijk zichtbaar.

5. Wees loyaal, ook als het pijn doet
Loyaliteit is normaal binnen families. Maar in een gezond gezin betekent loyaliteit niet dat je jezelf moet verliezen. In een narcistisch gezin wordt loyaliteit vaak gebruikt als middel om mensen stil te houden.

Loyaal zijn betekent dan:

  • Niet praten;
  • Geen grenzen stellen;
  • Geen hulp zoeken;
  • Het familiebeeld beschermen;
  • De dominante persoon niet tegenspreken;
  • Geen eigen waarheid kiezen;
  • Niet afstand nemen, ook niet als contact schadelijk is.


Wie dat wel doet, wordt gezien als verrader. Niet omdat die persoon werkelijk iets kapotmaakt, maar omdat hij of zij stopt met meedoen aan het systeem.
Bij kinderen kan dit zwaar doorwerken. Richtlijnen binnen de jeugdhulp benoemen dat kinderen bij complexe scheidingen te maken kunnen krijgen met ernstige problemen zoals loyaliteitsproblemen, parentificatie en ouderonthechting. In begrijpelijke taal: kinderen kunnen klem komen te zitten tussen volwassenen, zich verantwoordelijk gaan voelen voor een ouder, of het gevoel krijgen dat ze niet vrij van beide ouders mogen houden.

6. Neem verantwoordelijkheid voor de sfeer van de ander
In narcistische gezinnen leren kinderen vaak dat zij verantwoordelijk zijn voor de stemming van volwassenen.

Als de ouder boos is, denkt het kind: wat heb ik gedaan?
Als de ouder stil is, denkt het kind: hoe krijg ik het weer goed?
Als de ouder verdrietig is, denkt het kind: ik moet helpen.
Als de ouder gekrenkt is, denkt het kind: ik moet mij aanpassen.

Het kind wordt dan emotioneel ouder dan het eigenlijk is. Het gaat scannen, zorgen, bemiddelen, sussen en pleasen. Het leert niet vrij kind zijn, maar de sfeer bewaken.
Het NJi beschrijft parentificatie als een situatie waarin een kind voor de ouder zorgt en de belangen van de ouder voorop komen te staan, waardoor de ontwikkeling van het kind wordt belemmerd. In gewone taal betekent dit: het kind wordt te vroeg verantwoordelijk gemaakt voor iets wat bij volwassenen hoort.

7. Maak geen eigen keuzes die het systeem verstoren
Zelfstandigheid kan in een narcistisch gezin bedreigend voelen. Niet omdat zelfstandigheid verkeerd is, maar omdat het systeem controle verliest.
Een kind of volwassen familielid dat eigen keuzes maakt, eigen grenzen stelt, eigen hulp zoekt of een eigen waarheid ontwikkelt, kan daardoor onder druk worden gezet.

Dan komen opmerkingen zoals:
“Je bent veranderd.”
“Wie heeft jou dit aangepraat?”
“Je denkt zeker dat je beter bent dan wij.”
“Je laat ons vallen.”
“Na alles wat wij voor jou hebben gedaan.”
“Je wordt beïnvloed.”

Het systeem noemt zelfstandigheid dan egoïsme. Maar vaak is het geen egoïsme. Het is groei.

8. Houd de rust, ook als die rust oneerlijk is
Veel mensen uit narcistische families hebben geleerd om de vrede te bewaren. Zij worden de verstandige, de stille, de zorgzame of degene die het maar moet laten gaan.
Maar soms is “de rust bewaren” eigenlijk het beschermen van ongezond gedrag.

Als één persoon alles mag zeggen en de ander moet zwijgen, is dat geen rust.
Als één persoon boos mag worden en de ander moet inslikken, is dat geen rust.
Als één persoon grenzen overschrijdt en de ander moet vergeven zonder erkenning, is dat geen rust.
Als kinderen spanning voelen maar volwassenen doen alsof er niets is, is dat geen rust.

Dat is onderdrukte spanning.
Professionals spreken bij dwingende controle over herhalende patronen van dominantie, waarbij iemand vrijheden kan beperken, sociale contacten kan beïnvloeden, communicatie kan controleren, intimideren of kleineren. In gewone taal: controle is niet altijd schreeuwen of fysiek geweld. Controle kan ook bestaan uit iemand klein houden, isoleren, laten twijfelen of afhankelijk maken.

9. De pijn van het systeem is belangrijker dan jouw pijn
In narcistische families wordt de pijn van de dominante persoon vaak centraal gezet. De pijn van anderen krijgt minder ruimte.
Als jij gekwetst bent, gaat het ineens over hoe moeilijk de ander het heeft.
Als jij grenzen stelt, gaat het over hoe hard jij bent.
Als jij afstand neemt, gaat het over hoe verdrietig de familie is.
Als jij eerlijk vertelt wat er is gebeurd, gaat het over de schade aan het familiebeeld.

Daardoor leer je dat jouw pijn gevaarlijk is. Niet omdat pijn verkeerd is, maar omdat jouw pijn het systeem confronteert.

Mensen uit zulke gezinnen zeggen later vaak:
“Ik weet niet eens meer of ik recht heb om boos te zijn.”
“Ik voel mij meteen schuldig als ik voor mezelf kies.”
“Ik heb altijd het gevoel dat ik iets moet uitleggen.”
“Ik ben bang dat mensen mij niet geloven.”
“Ik voel mij verantwoordelijk voor iedereen.”

Dat zijn geen vreemde reacties. Dat zijn vaak overlevingsreacties uit een systeem waarin voelen, spreken en begrenzen niet veilig waren.

10. Wie de waarheid benoemt, wordt het probleem
Misschien is dit de belangrijkste ongeschreven regel: degene die het patroon benoemt, wordt vaak zelf het probleem gemaakt.

Niet het kwetsende gedrag wordt centraal gezet.
Niet de manipulatie.
Niet de stiltebehandeling.
Niet het liegen.
Niet het verdraaien.
Niet de emotionele druk.

Maar degene die zegt: “Dit klopt niet.”
Dat is waarom de zondebokrol zo vaak ontstaat. De persoon die het systeem doorziet, wordt lastig genoemd. De persoon die niet meer meedoet, wordt beschuldigd. De persoon die hulp zoekt, wordt “beïnvloed” genoemd. De persoon die grenzen stelt, wordt hard genoemd.
Maar soms is degene die “moeilijk” wordt genoemd, juist degene die eindelijk gezond begint te reageren op iets ongezonds.

Wat deze regels met iemand doen
Deze ongeschreven regels vormen iemand van binnen. Niet in één dag, maar langzaam.

Iemand leert zwijgen in plaats van spreken.
Iemand leert aanpassen in plaats van kiezen.
Iemand leert scannen in plaats van ontspannen.
Iemand leert schuld dragen in plaats van grenzen stellen.
Iemand leert zichzelf wantrouwen in plaats van zichzelf geloven.

Daarom is herstel niet alleen begrijpen wat er is gebeurd. Herstel betekent ook deze oude regels herkennen en vervangen door nieuwe, gezonde regels.

Ik mag voelen wat ik voel.
Ik mag zeggen wat waar is.
Ik mag grenzen stellen zonder mij schuldig te voelen.
Ik ben niet verantwoordelijk voor de emoties van een volwassene.
Ik hoef het familiebeeld niet te beschermen ten koste van mezelf.
Ik mag hulp zoeken.
Ik mag afstand nemen van wat mij beschadigt.
Ik mag mezelf geloven.

In een narcistisch gezin worden regels vaak niet uitgesproken, maar wel gevoeld. Herstel begint wanneer die regels zichtbaar worden. 

Want wat zichtbaar wordt, kan onderzocht worden. En wat onderzocht wordt, hoeft niet langer automatisch je leven te bepalen.