Bij welke ziekten en omstandigheden komt brain fog voor?
Brain fog kan bij uiteenlopende ziekten, medische behandelingen en belastende omstandigheden voorkomen. Er bestaat geen officiële, volledig afgebakende lijst. Brain fog is immers geen zelfstandige diagnose, Maar een beschrijvende term voor cognitieve klachten zoals:
- Moeite met concentreren;
- Geheugenproblemen;
- Vertraagd denken;
- Moeite met woordvinding;
- Informatie minder snel kunnen verwerken;
- Verlies van overzicht;
- Problemen met plannen en organiseren;
- Moeite met meerdere prikkels of taken tegelijk;
- Mentale uitputting na cognitieve inspanning.
De onderstaande lijst omvat aandoeningen en omstandigheden waarbij artsen, onderzoekers en professionele gezondheidsorganisaties dergelijke cognitieve klachten beschrijven.
Dat betekent niet dat iedereen met deze aandoeningen brain fog krijgt. Ook betekent het niet dat brain fog automatisch bewijst dat iemand een van deze aandoeningen heeft.
ME/CVS
Brain fog komt veel voor bij myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom, afgekort als ME/CVS. Cognitieve problemen behoren zelfs tot de kenmerken waarop artsen bij de beoordeling van ME/CVS letten.
Mensen met ME/CVS kunnen problemen ervaren met:
- Snel denken;
- Aandacht vasthouden;
- Details onthouden;
- Woorden vinden;
- Gesprekken volgen;
- Informatie verwerken;
- Plannen;
- Schakelen tussen taken.
De Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention beschrijven dat de meeste mensen met ME/CVS moeite hebben met snel denken, dingen onthouden en aandacht besteden aan details. Patiënten gebruiken hiervoor vaak de term brain fog.
Kenmerkend voor ME/CVS Is dat de cognitieve klachten kunnen verergeren na lichamelijke, mentale, sociale of emotionele inspanning. Dit heet post-exertionele malaise, afgekort PEM. Een gesprek, bezoek, autorit, administratieve taak of langdurige concentratie kan daardoor niet alleen tijdelijke vermoeidheid veroorzaken, maar ook een vertraagde en langdurige verergering van cognitieve en lichamelijke klachten.
Post-COVID
Brain fog is een veelgenoemde klacht bij post-COVID, ook wel Long COVID genoemd. De klachten kunnen ontstaan of blijven bestaan na een infectie met het coronavirus.
Bij post-COVID kunnen mensen onder andere last hebben van:
- Concentratieproblemen;
- Vergeetachtigheid;
- Trage informatieverwerking;
- Woord vinding problemen;
- Moeite met plannen;
- Problemen met multitasking;
- Mentale vermoeidheid;
- Verergering na lichamelijke of cognitieve inspanning.
De CDC noemt vermoeidheid, brain fog en post-exertionele malaise als veel gerapporteerde klachten bij Long COVID. De ernst kan wisselen en de klachten kunnen maanden of langer blijven bestaan.
Bij post-COVID kunnen cognitieve klachten samengaan met slaapstoornissen, hoofdpijn, duizeligheid, hartkloppingen, benauwdheid, spierpijn en overgevoeligheid voor prikkels. Daardoor is het soms moeilijk vast te stellen welk mechanisme de brain fog precies veroorzaakt.
Fibromyalgie
Bij fibromyalgie worden cognitieve klachten vaak fibro fog genoemd. Fibromyalgie is een aandoening waarbij langdurige pijn, vermoeidheid, slaapstoornissen en een verhoogde gevoeligheid voor prikkels kunnen voorkomen.
Fibro fog kan bestaan uit:
- Moeite met concentreren;
- Geheugenproblemen;
- Woorden niet kunnen vinden;
- Gedachten niet goed kunnen ordenen;
- Afspraken of instructies vergeten;
- Trager reageren;
- Moeite met ingewikkelde taken.
De NHS noemt concentratie- en geheugenproblemen expliciet als mogelijke symptomen van fibromyalgie.
Pijn en vermoeidheid kunnen de beschikbare aandacht opeisen. Wanneer een groot deel van de mentale capaciteit voortdurend nodig is om pijn, slechte slaap en uitputting te verwerken, blijft minder capaciteit over voor geheugen, planning en informatieverwerking.
Kanker en kankerbehandelingen
Mensen met kanker kunnen voor, tijdens en na een behandeling cognitieve klachten ontwikkelen.
Hiervoor worden termen gebruikt als:
- Kanker gerelateerde klachten
- Mentale mist na chemotherapie
- Cognitieve klachten na chemotherapie
- Kanker gerelateerde cognitieve problemen.
De term chemo brain kan misleidend zijn, omdat de klachten niet uitsluitend door chemotherapie worden veroorzaakt. Ook de kanker zelf en andere behandelingen kunnen een rol spelen.
Het National Cancer Institute beschrijft dat cognitieve problemen kunnen samenhangen met:
- Chemotherapie;
- Bestraling van de hersenen;
- Immunotherapie;
- Hormoontherapie;
- Andere medicijnen tegen kanker;
- Operaties;
- Hersentumoren;
- Vermoeidheid;
- Pijn;
- Slaapproblemen;
- Emotionele belasting.
Mogelijke klachten zijn;
Geheugenverlies * * Verminderde aandacht Problemen met leren en beslissen Vertraagde informatieverwerking En een verlies van mentale scherpte
Deze klachten kunnen tijdens de behandeling ontstaan, maar ook maanden of jaren na een behandeling aanwezig blijven. Bestraling van de hersenen en bepaalde chemotherapeutische middelen kunnen in sommige gevallen langdurige gevolgen hebben voor denken en gedrag.
Perimenopauze en menopauze
Tijdens de perimenopauze en menopauze kunnen hormonale veranderingen samengaan met geheugen- en concentratieproblemen. Veel vrouwen omschrijven dit als brain fog.
Mogelijke klachten zijn:
- Namen of woorden vergeten;
- Moeite met concentreren;
- Afspraken vergeten;
- Minder overzicht hebben;
- Trager denken;
- Moeite met het combineren van taken;
- Sneller mentaal uitgeput raken.
De NHS noemt slechte concentratie, geheugenproblemen en brain fog als erkende klachten tijdens de overgang. Slaapstoornissen, nachtzweten, vermoeidheid, somberheid en angst kunnen deze cognitieve klachten verder versterken.
Brain fog tijdens de overgang Betekent niet automatisch dat er een neurologische aandoening aanwezig is. Nieuwe, ernstige of snel toenemende geheugenproblemen moeten echter wel medisch worden beoordeeld.
Posturaal orthostatisch tachycardiesyndroom — POTS
POTS is een vorm van ontregeling van het autonome zenuwstelsel. Bij het rechtop staan stijgt de hartslag buitensporig en kunnen onder andere duizeligheid, hartkloppingen, zwakte en vermoeidheid ontstaan.
Brain fog komt bij POTS regelmatig voor. Het National Institute of Neurological Disorders and Stroke noemt problemen met concentreren, onthouden, aandacht vasthouden, problemen oplossen en beslissingen nemen als mogelijke klachten.
De cognitieve klachten kunnen sterker worden:
- Bij langdurig staan;
- Na lichamelijke inspanning;
- Bij warmte;
- Bij uitdroging;
- Na maaltijden;
- Bij slaaptekort;
- Wanneer de lichamelijke klachten toenemen.
POTS kan zelfstandig voorkomen, maar wordt ook gezien in combinatie met ME/CVS, post-COVID en andere aandoeningen waarbij het autonome zenuwstelsel betrokken is.
Systemische lupus erythematodes — SLE
Bij systemische lupus erythematodes, meestal lupus genoemd, kunnen cognitieve klachten voorkomen die vaak als lupus fog of brain fog worden beschreven.
Mensen kunnen moeite hebben met:
- Concentratie en aandacht;
- Geheugen;
- Gesprekken volgen;
- De eigen gedachtegang vasthouden;
- Probleemoplossing;
- Plannen;
- Organiseren.
Cambridge University Hospitals beschrijft deze problemen als bekende cognitieve symptomen bij lupus. De ernst en aard kunnen per patiënt verschillen.
De cognitieve klachten kunnen samenhangen met verschillende factoren, waaronder ziekteactiviteit, ontstekingsprocessen, vermoeidheid, pijn, slaapstoornissen, stemming en medicatie. Niet iedere cognitieve klacht bij iemand met lupus wordt rechtstreeks door ontsteking van de hersenen veroorzaakt.
Multiple sclerose — MS
Multiple sclerose is een neurologische aandoening waarbij het immuunsysteem delen van het centrale zenuwstelsel beschadigt. Naast lichamelijke klachten kunnen problemen ontstaan met denken, leren en onthouden.
Mogelijke cognitieve gevolgen zijn:
- Tragere informatieverwerking;
- Concentratieproblemen;
- Geheugenproblemen;
- Moeite met leren;
- Verlies van overzicht;
- Problemen met planning;
- Mentale vermoeidheid.
Nederlandse deskundigen en onderzoekers bevestigen dat cognitieve problemen veel voorkomen bij multiple sclerose. Volgens het MS Centrum Amsterdam van Amsterdam UMC krijgt ongeveer 43 tot 70 procent van de mensen met MS tijdens het ziekteverloop te maken met cognitieve problemen. Het gaat onder meer om vertraagde informatieverwerking, concentratieproblemen, vergeetachtigheid en moeite met plannen en organiseren. Deze klachten kunnen grote gevolgen hebben voor werk, opleiding, het gezinsleven en de zelfstandigheid.
In Nederland wordt hier specifiek onderzoek naar gedaan Door onder andere het MS Centrum Amsterdam. Het centrum heeft een Expertisecentrum Cognitie en het gespecialiseerde spreekuur SOMSCOG, waar wordt onderzocht welke cognitieve klachten iemand ervaart, welke factoren daaraan bijdragen en welke behandeling of begeleiding passend kan zijn. Nederlandse onderzoekers benadrukken dat cognitieve problemen bij MS verschillende oorzaken kunnen hebben. Naast schade door MS kunnen vermoeidheid, slaapproblemen, somberheid, angst en andere stemmingsklachten het denken en geheugen beïnvloeden. Daarom is een individuele beoordeling nodig en kan niet bij iedere patiënt dezelfde verklaring of behandeling worden gebruikt.
Binnen de Nederlandse REMIND-MS-studie werden cognitieve revalidatietherapie en mindfulness vergeleken met informatie en begeleiding door een MS-verpleegkundige. De deelnemers die mindfulness of cognitieve revalidatie kregen, meldden aanvankelijk minder cognitieve klachten. Na verloop van tijd bleken de verbeteringen echter vergelijkbaar met die van de groep die begeleiding van een MS-verpleegkundige ontving. Dit laat zien dat begeleiding kan helpen, maar dat nog niet vaststaat welke behandeling voor iedere persoon met MS het meest effectief is.
Ook de Nederlandse multidisciplinaire richtlijn voor multiple sclerose erkent dat veel mensen met MS cognitieve klachten of aantoonbare cognitieve stoornissen ervaren en dat deze een grote negatieve invloed kunnen hebben op het dagelijks functioneren. De richtlijn vermeldt tegelijkertijd dat het wetenschappelijke bewijs voor de werkzaamheid van verschillende cognitieve behandelingen nog beperkt en onzeker is. Niet-medicamenteuze begeleiding, zoals cognitieve revalidatie en het aanleren van compensatiestrategieën, heeft daarom doorgaans de voorkeur boven medicatie.
Bij MS wordt meestal niet uitsluitend de algemene term brain fog gebruikt. Nederlandse professionals spreken vaker over cognitieve klachten of cognitieve stoornissen bij MS. Brain fog is wel een herkenbare beschrijving van het gevoel dat informatie langzamer binnenkomt, gedachten moeilijker kunnen worden vastgehouden en het hoofd als vol, vertraagd of mistig wordt ervaren.
Deze klachten worden door patiënten soms brain fog genoemd. Medisch wordt meestal gesproken over cognitieve stoornissen of cognitieve gevolgen van MS. De ernst van de cognitieve problemen hoeft niet gelijk te lopen met de zichtbare lichamelijke beperkingen.
Traumatisch hersenletsel, hersenschudding en ander niet-aangeboren hersenletsel
Na een hersenschudding of ander traumatisch hersenletsel kunnen problemen ontstaan met:
- Concentratie;
- Geheugen;
- Denken;
- Informatieverwerking;
- Prikkelverwerking;
- Planning;
- Emotionele regulatie;
- Mentale belastbaarheid.
Bij licht traumatisch hersenletsel kunnen hoofdpijn, duizeligheid, verwarring, vermoeidheid en problemen met geheugen en concentratie optreden.
Ook na een beroerte, hersenbloeding, hersentumor, hersenoperatie, zuurstoftekort of ontsteking van de hersenen kunnen cognitieve klachten ontstaan. In deze situaties is cognitieve beperking door niet-aangeboren hersenletsel meestal een nauwkeurigere term dan brain fog.
Het gevaar van alleen de term brain fog gebruiken, Is dat blijvende of specifieke neurologische schade daardoor te vrijblijvend kan worden voorgesteld.
Parkinson en andere neurologische aandoeningen
Bij de ziekte van Parkinson kunnen naast bewegingsproblemen ook problemen met denken en geheugen ontstaan.
Sommige mensen ervaren vooral:
- Vertraagd denken;
- Moeite met aandacht;
- Minder mentale flexibiliteit;
- Problemen met planning;
- Geheugenproblemen.
Nederlandse deskundigen erkennen cognitieve veranderingen als een mogelijk onderdeel van de ziekte van Parkinson. ParkinsonNet beschrijft dat Parkinson niet alleen bewegen beïnvloedt, maar ook het denken en het dagelijks functioneren. Mensen kunnen onder andere trager gaan denken en problemen krijgen met aandacht, geheugen, planning en het verwerken van informatie.
Volgens de Parkinson Vereniging kunnen bij Parkinson het geheugen, de aandacht, het plannen en het inschatten van ruimte minder goed gaan functioneren. Daardoor kunnen dagelijkse handelingen, gesprekken, administratie, werk en het combineren van meerdere taken moeilijker worden. De aard en ernst van deze cognitieve klachten verschillen sterk per persoon.
Cognitieve achteruitgang kan gedurende het gehele ziekteverloop voorkomen. Bij sommige mensen blijven de klachten mild, terwijl bij anderen sprake kan zijn van een lichte cognitieve stoornis. Dit wordt ook wel MCI, oftewel mild cognitive impairment, genoemd. Een lichte cognitieve stoornis betekent dat één of meer denkfuncties aantoonbaar zijn verminderd, maar dat iemand nog niet voldoet aan de criteria voor dementie.
Bij Parkinson staan niet altijd de klassieke geheugenproblemen op de voorgrond. Mensen kunnen vooral trager gaan denken, een wisselende aandacht hebben en moeite krijgen met plannen, overzicht houden en meerdere handelingen tegelijk uitvoeren. Van dementie wordt pas gesproken wanneer de cognitieve achteruitgang zo ernstig wordt dat het zelfstandig functioneren duidelijk wordt belemmerd.
De Nederlandse richtlijn voor de ziekte van Parkinson bevat daarom een afzonderlijk onderdeel over cognitieve stoornissen en dementie. Bij cognitieve klachten kan nader onderzoek nodig zijn naar aandacht, geheugen, informatieverwerkingssnelheid, ruimtelijk inzicht en executieve functies. De richtlijn noemt cognitieve functietraining als een mogelijke niet-medicamenteuze behandeling. Medicatie die bij dementie wordt gebruikt, wordt niet standaard voorgeschreven bij alleen lichte of subjectieve cognitieve klachten.
Het is belangrijk om cognitieve klachten niet automatisch alleen aan Parkinson toe te schrijven. Ook vermoeidheid, slaapproblemen, depressieve klachten, angst, pijn, medicatie, infecties, een delier, schildklierproblemen, diabetes en vitaminetekorten kunnen het denken en geheugen beïnvloeden. Onderzoek moet daarom uitwijzen of sprake is van tijdelijke cognitieve overbelasting, cognitieve vermoeidheid, een lichte cognitieve stoornis, een bijwerking of een verder voortschrijdende cognitieve aandoening.
Bij Parkinson is brain fog vooral een ervaringsgerichte omschrijving van een mistig, vertraagd of overbelast gevoel in het hoofd. Voor professionele voorlichting zijn de termen cognitieve klachten bij Parkinson of cognitieve stoornissen bij Parkinson nauwkeuriger.
Functionele neurologische stoornis — FNS
Bij een functionele neurologische stoornis, ook FND genoemd, functioneren bepaalde hersennetwerken niet goed, zonder dat de klachten eenvoudig worden verklaard door structurele beschadiging.
Naast bewegingsproblemen, aanvallen, duizeligheid of spraakproblemen kunnen ook cognitieve problemen voorkomen. Het National Institute of Neurological Disorders and Stroke noemt problemen met cognitief functioneren als een mogelijk onderdeel van FND.
Mensen kunnen ervaren dat:
- gedachten plotseling verdwijnen;
- aandacht niet kan worden vastgehouden;
- informatie niet wordt opgeslagen;
- automatische handelingen meer bewuste inspanning vragen;
- cognitieve prestaties sterk wisselen.
“Functioneel” betekent hierbij niet dat de klachten ingebeeld of vrijwillig veroorzaakt zijn.
Depressie
Een depressieve stoornis beïnvloedt niet alleen de stemming. Ook de cognitieve functies kunnen merkbaar achteruitgaan.
Mogelijke klachten zijn:
- moeite met concentreren;
- vergeetachtigheid;
- besluiteloosheid;
- vertraagd denken;
- minder initiatief;
- problemen met plannen;
- moeite met het verwerken van informatie.
Het National Institute of Mental Health noemt moeite met concentreren, onthouden en beslissingen nemen als erkende symptomen van depressie.
Bij een ernstige depressie kunnen geheugen- en denkproblemen zo sterk zijn dat zij op dementie lijken. Dit werd vroeger soms depressieve pseudodementie genoemd. Dat betekent niet dat de klachten niet echt zijn. Het betekent dat de cognitieve problemen mede door de depressie worden veroorzaakt.
Angststoornissen
Bij langdurige angst staat een groot deel van de aandacht voortdurend gericht op mogelijk gevaar, zorgen en lichamelijke signalen. Daardoor kan minder mentale capaciteit beschikbaar blijven voor andere informatie.
Bij angststoornissen kunnen ontstaan:
- concentratieproblemen;
- vergeetachtigheid;
- moeite met beslissingen;
- snel afgeleid zijn;
- piekeren;
- slaapproblemen;
- mentale uitputting.
Het National Institute of Mental Health noemt moeite met concentreren, rusteloosheid, vermoeidheid en slaapproblemen als bekende symptomen van een gegeneraliseerde angststoornis.
De cognitieve klachten kunnen op brain fog lijken of bestaande brain fog versterken.
Posttraumatische stressstoornis — PTSS
Bij PTSS kan het zenuwstelsel langdurig in een toestand van verhoogde waakzaamheid blijven. Aandacht wordt dan voortdurend naar mogelijke bedreiging getrokken.
Mogelijke gevolgen zijn:
- moeite met concentreren;
- problemen met geheugen;
- dissociatieve ervaringen;
- slecht slapen;
- prikkelbaarheid;
- overbelasting door geluid of drukte;
- moeite om gesprekken te volgen;
- moeite om gebeurtenissen chronologisch te vertellen.
Nederlandse richtlijnen en deskundigen erkennen concentratieproblemen, slaapstoornissen en verhoogde waakzaamheid als mogelijke klachten van een posttraumatische stressstoornis. De Hersenstichting beschrijft dat mensen met PTSS voortdurend op hun hoede kunnen zijn, snel kunnen schrikken, moeite kunnen hebben om hun aandacht vast te houden en nare dromen of terugkerende herinneringen aan de traumatische gebeurtenis kunnen ervaren.
Ook de Nederlandse Zorgstandaard Psychotrauma- en stress gerelateerde stoornissen noemt slaapproblemen, herbelevingen, vermijding, verhoogde prikkelbaarheid en beperkingen in het sociale en beroepsmatige functioneren. PTSS kan zich echter bij verschillende mensen op uiteenlopende manieren uiten. Bij sommige mensen staan angstige herbelevingen op de voorgrond, terwijl bij anderen dissociatieve klachten, vermijding, emotionele verdoving of problemen met concentratie en functioneren sterker aanwezig zijn.
Trauma gerelateerde geheugenklachten Kunnen eveneens verschillend zijn. Iemand kan bepaalde beelden, geluiden, geuren of afzonderlijke momenten zeer levendig en ongewild herbeleven, terwijl andere onderdelen van de gebeurtenis moeilijk toegankelijk zijn. Het niet kunnen herinneren van een belangrijk onderdeel van de traumatische gebeurtenis is binnen de diagnostische criteria van PTSS als mogelijk verschijnsel opgenomen.
Het is daarbij belangrijk om zorgvuldig te formuleren. Mensen met PTSS kunnen hun herinneringen als onsamenhangend of fragmentarisch ervaren.
Nederlands onderzoek van de Universiteit Utrecht laat echter zien dat deze subjectieve ervaring niet zonder meer betekent dat de herinnering objectief gefragmenteerd of incoherent is opgeslagen. In dat onderzoek hing de ervaren geheugenfragmentatie vooral samen met opdringende herinneringen. Op objectieve maten van samenhang werd geen overtuigend bewijs voor daadwerkelijke fragmentatie gevonden.
Verschillen, hiaten of een veranderende volgorde in een traumaverhaal mogen daarom niet automatisch als liegen, manipulatie of bewuste verhaalvervorming worden uitgelegd. Concentratieproblemen, spanning, dissociatie, vermijding, slaaptekort en het moment waarop iemand wordt ondervraagd, kunnen invloed hebben op welke informatie op dat moment toegankelijk is en hoe iemand deze onder woorden brengt.
Tegelijkertijd bewijst een diagnose PTSS niet dat iedere herinnering volledig en feitelijk juist is. Het menselijke geheugen is geen letterlijke video-opname. Een professionele beoordeling moet daarom voorkomen dat uit de manier waarop iemand vertelt direct conclusies worden getrokken over waarheid of onwaarheid. Er moet worden gekeken naar het volledige verhaal, de context, het verloop in de tijd, beschikbare documenten en andere onafhankelijke informatie.
Beste worden geschreven dat PTSS kan samengaan met:
- concentratieproblemen;
- slaapstoornissen en nachtmerries;
- verhoogde waakzaamheid;
- sterke schrikreacties;
- terugkerende en opdringende herinneringen;
- vermijding;
- moeite om bepaalde onderdelen van de gebeurtenis op te roepen;
- de subjectieve ervaring dat herinneringen onsamenhangend of fragmentarisch zijn.
Deze klachten kunnen het helder denken en vertellen bemoeilijken, maar mogen niet op zichzelf worden gebruikt om vast te stellen dat iemand liegt of juist dat ieder onderdeel van een herinnering feitelijk correct is.
Bipolaire stoornis
Tijdens zowel depressieve als manische of hypomane perioden kunnen concentratie, slaap, besluitvorming en gedachtenprocessen veranderen.
Bij een depressieve episode kan iemand vertraagd, besluiteloos en vergeetachtig worden. Tijdens een manische episode kunnen gedachten juist versnellen, waardoor overzicht en gerichte aandacht verloren gaan.
Het National Institute of Mental Health noemt snelle gedachten, concentratieproblemen en moeite met beslissingen als mogelijke kenmerken van stemmingsperioden bij een bipolaire stoornis.
De term brain fog wordt vaker gebruikt tijdens depressieve, uitgeputte of herstellende perioden dan tijdens een actieve manie.
Langdurige stress en overbelasting
Langdurige stress is geen onschuldige toestand. Wanneer het brein voortdurend alert moet blijven, kan dit ten koste gaan van aandacht, geheugen, slaap en herstel.
Mensen kunnen dan ervaren:
- geen informatie meer kunnen opnemen;
- gedachten niet kunnen vasthouden;
- vaker fouten maken;
- geen overzicht hebben;
- emotioneel sneller ontregelen;
- moeite hebben met eenvoudige beslissingen;
- uitgeput raken van normale taken.
Stress kan zelfstandig cognitieve klachten veroorzaken, maar ook bestaande brain fog door een lichamelijke of neurologische aandoening verergeren.
Brain fog mag echter niet zonder onderzoek uitsluitend aan stress worden toegeschreven. Schildklierproblemen, tekorten, slaapstoornissen, medicatie-effecten en neurologische of lichamelijke ziekten kunnen vergelijkbare klachten veroorzaken.
Slaaptekort en niet-herstellende slaap
Slaap is noodzakelijk voor aandacht, geheugenopslag, leren en herstel van de hersenen. Te weinig slaap of slaap van slechte kwaliteit kan leiden tot:
- concentratieverlies;
- tragere reacties;
- geheugenproblemen;
- verminderde besluitvorming;
- prikkelbaarheid;
- fouten;
- verminderde alertheid.
De Nederlandse Hersenstichting beschrijft dat slaap noodzakelijk is voor herstel van de hersenen, aandacht, informatieverwerking en geheugen. Tijdens de slaap worden verbindingen tussen hersencellen aangepast en versterkt, waardoor informatie die overdag is geleerd beter in het geheugen kan worden opgeslagen. Wanneer iemand uitgerust is, is hij overdag bovendien alerter en beter in staat nieuwe informatie op te nemen.
Na enkele nachten slecht slapen kunnen al merkbare cognitieve klachten ontstaan. Volgens de Hersenstichting kunnen mensen zich dan moeilijker concentreren, minder goed onthouden en zich psychisch minder goed voelen. Goede slaap ondersteunt op korte termijn zowel het geheugen als de concentratie.
Bij langdurige of ernstige slaapproblemen kan het overdag meer moeite kosten om informatie te verwerken. Iemand kan zijn aandacht minder goed vasthouden, meer vergeten en langer nodig hebben om zaken te begrijpen die normaal weinig moeite kosten. Dit kan gevolgen hebben voor school, werk en het dagelijks functioneren. Slecht slapen kan daarnaast leiden tot prikkelbaarheid, waardoor iemand sneller geïrriteerd of kortaf reageert in het contact met anderen.
Onvoldoende of kwalitatief slechte slaap kan daardoor klachten veroorzaken die als brain fog worden ervaren, zoals:
- concentratieproblemen;
- vertraagde informatieverwerking;
- vergeetachtigheid;
- moeite met helder denken;
- verminderde alertheid;
- problemen met het opnemen en onthouden van nieuwe informatie;
- tragere reacties;
- prikkelbaarheid;
- verminderde mentale belastbaarheid.
Een enkele slechte nacht leidt meestal niet direct tot ernstige of blijvende cognitieve schade. Wanneer iemand echter meerdere nachten slecht slaapt of langdurig onvoldoende herstellende slaap krijgt, kunnen de gevolgen voor aandacht, geheugen, stemming en dagelijks functioneren duidelijker worden.
Slaapproblemen kunnen zelfstandig cognitieve klachten veroorzaken, Maar ook bestaande brain fog door een andere aandoening versterken. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij
- ME/CVS,
- Post-COVID,
- Fibromyalgie,
- Chronische pijn,
- Depressie,
- Angst,
- De overgang,
- Neurologische aandoeningen
- Medicatiegebruik.
Daarom moet bij brain fog altijd worden nagegaan hoe iemand slaapt. Daarbij gaat het niet alleen om het aantal uren slaap, maar ook om:
- Moeite met inslapen;
- Vaak wakker worden;
- Te vroeg wakker worden;
- Onrustige slaap;
- ademstops of hevig snurken;
- pijn tijdens de nacht;
- rusteloze benen;
- nachtmerries;
- een verstoord dag-nachtritme;
- slaap die ondanks voldoende uren niet herstellend aanvoelt.
Brain fog door slaaptekort Moet niet automatisch als een zelfstandige aandoening worden gezien. De vraag is waarom iemand slecht slaapt en of sprake is van bijvoorbeeld slapeloosheid, slaapapneu, pijn, stress, psychische klachten, medicatiebijwerkingen, nachtdiensten of een andere lichamelijke aandoening.
Een enkele slechte nacht kan al tijdelijk brain fog veroorzaken. Bij chronische slaapstoornissen kunnen de klachten structureler worden.
Slapeloosheid
Bij chronische slapeloosheid kan iemand moeilijk inslapen, vaak wakker worden of onvoldoende diepe en herstellende slaap krijgen.
Overdag kunnen ontstaan:
- slaperigheid;
- mentale traagheid;
- concentratieproblemen;
- geheugenklachten;
- emotionele instabiliteit;
- verminderde belastbaarheid.
Slapeloosheid kan zowel oorzaak als gevolg zijn van lichamelijke ziekte, pijn, angst, depressie, de overgang of medicatiegebruik.
Slaapapneu
Bij slaapapneu wordt de ademhaling tijdens de slaap herhaaldelijk onderbroken. Hierdoor wordt de slaap verstoord en kunnen zuurstofdalingen ontstaan.
Mogelijke gevolgen overdag zijn:
- ernstige vermoeidheid;
- slaperigheid;
- hoofdpijn;
- concentratieproblemen;
- geheugenproblemen;
- trager denken;
- verminderde alertheid.
Slaapapneu is belangrijk om te herkennen, omdat de cognitieve klachten soms worden toegeschreven aan leeftijd, stress, depressie of gebrek aan motivatie.
Verstoring van het dag-nachtritme
Nachtdiensten, onregelmatige diensten, jetlag en circadiane ritmestoornissen kunnen aandacht, concentratie, geheugen en reactiesnelheid verminderen.
Het National Heart, Lung, and Blood Institute beschrijft dat circadiane ritmestoornissen kunnen leiden tot verminderde aandacht, concentratie, motorische vaardigheden en geheugen. Dit kan bijdragen aan fouten op het werk en verkeersongevallen.
Trage schildklier — hypothyreoïdie
Bij hypothyreoïdie maakt de schildklier te weinig schildklierhormonen aan. Hierdoor kunnen verschillende lichamelijke en cognitieve functies vertragen.
Mogelijke klachten zijn:
- extreme vermoeidheid;
- moeite met concentreren;
- niet helder kunnen denken;
- geheugenproblemen;
- vertraagd reageren;
- somberheid;
- gewichtstoename;
- kouwelijkheid.
De NHS noemt moeite met concentreren en helder denken als bekende symptomen van een traag werkende schildklier.
Omdat de klachten vaak geleidelijk ontstaan, kan iemand lange tijd denken dat de brain fog door stress, ouder worden of overbelasting komt.
Vitamine B12-tekort en foliumzuurtekort
Vitamine B12 is belangrijk voor het zenuwstelsel en de vorming van bloedcellen. Een tekort kan onder andere leiden tot:
- geheugenproblemen;
- concentratieproblemen;
- extreme vermoeidheid;
- tintelingen;
- problemen met lopen of coördinatie;
- stemmingsveranderingen;
- neurologische schade.
De NHS waarschuwt dat een vitamine B12-tekort geheugenverlies en andere neurologische problemen kan veroorzaken. Sommige neurologische gevolgen kunnen bij langdurig onbehandeld tekort blijvend worden.
Ook foliumzuurtekort en bloedarmoede kunnen vermoeidheid en cognitieve klachten veroorzaken. Zelf hoge doses vitamines gaan gebruiken zonder onderzoek is niet verstandig, omdat eerst moet worden vastgesteld welk tekort werkelijk aanwezig is.
Bloedarmoede
Bij bloedarmoede is er onvoldoende functioneel hemoglobine beschikbaar om zuurstof te vervoeren. Mogelijke klachten zijn:
- vermoeidheid;
- zwakte;
- kortademigheid;
- duizeligheid;
- hoofdpijn;
- slechte concentratie;
- geheugenproblemen;
- verminderde inspanningstolerantie.
Bloedarmoede kan verschillende oorzaken hebben, waaronder ijzertekort, vitamine B12-tekort, foliumzuurtekort, bloedverlies, chronische ontsteking en nierziekten.
Brain fog door bloedarmoede is geen diagnose op zichzelf. De onderliggende oorzaak van de bloedarmoede moet worden vastgesteld.
Diabetes en schommelingen in de bloedsuiker
De hersenen zijn afhankelijk van een stabiele toevoer van glucose. Zowel een te lage als een sterk verhoogde bloedsuiker kan het cognitieve functioneren beïnvloeden.
Bij hypoglykemie, een te lage bloedsuiker, kunnen ontstaan:
- moeite met concentreren;
- verwarring;
- trillen;
- zweten;
- honger;
- gedragsverandering;
- vertraagde reacties;
- bewustzijnsverlies.
De NHS noemt verwarring en concentratieproblemen als waarschuwingssignalen van een te lage bloedsuiker.
Een ernstige hypoglykemie is geen gewone brain fog, maar een mogelijk acute medische situatie. Bij bewustzijnsverlies, insulten of ernstige verwardheid is direct hulp nodig.
Ook langdurig slecht gereguleerde diabetes kan via vermoeidheid, vaatproblemen, slaapstoornissen en andere complicaties het cognitieve functioneren beïnvloeden.
Chronische pijn
Pijn vraagt voortdurend aandacht van de hersenen. Wanneer iemand steeds pijnsignalen moet verwerken, blijft minder mentale capaciteit over voor:
- concentratie;
- geheugen;
- planning;
- communicatie;
- besluitvorming.
Pijn kan daarnaast slaap verstoren, vermoeidheid veroorzaken en angst of somberheid versterken. University College London Hospitals noemt pijn, vermoeidheid, angst en een sombere stemming als factoren die brain fog kunnen veroorzaken of verergeren.
Infecties en herstel na ernstige ziekte
Tijdens en na een infectie kunnen vermoeidheid, ontstekingsreacties, koorts, slaapverstoring, verminderde voeding en lichamelijke deconditionering het cognitieve functioneren beïnvloeden.
Brain fog kan onder andere worden ervaren tijdens of na:
- COVID-19;
- griepachtige infecties;
- klierkoorts;
- ernstige bacteriële infecties;
- ziekenhuisopname;
- intensivecarebehandeling.
Bij ernstige infecties kan ook een delier ontstaan. Een delier is iets anders dan brain fog. Het ontstaat meestal acuut en kan gepaard gaan met ernstige verwardheid, wisselend bewustzijn, desoriëntatie, wanen of hallucinaties. Dat vereist snelle medische beoordeling.
Medicijnen
Verschillende medicijnen kunnen sufheid, vertraging, geheugenproblemen of concentratieverlies veroorzaken. Het risico kan toenemen wanneer meerdere middelen tegelijk worden gebruikt.
Voorbeelden van medicijngroepen die bij sommige mensen cognitieve bijwerkingen kunnen veroorzaken zijn:
- slaapmiddelen;
- kalmeringsmiddelen;
- bepaalde sterke pijnstillers;
- sommige anti-epileptica;
- bepaalde antihistaminica;
- medicijnen met een anticholinerge werking;
- sommige psychiatrische medicijnen;
- corticosteroïden;
- bepaalde medicijnen tegen kanker.
Dit betekent niet dat deze medicijnen altijd brain fog veroorzaken. Het effect verschilt per middel, dosering, combinatie, leeftijd, nier- en leverfunctie en individuele gevoeligheid.
Medicatie mag nooit zonder overleg met een arts of apotheker worden gestopt. Plotseling stoppen kan gevaarlijk zijn.
Alcohol en andere middelen
Alcohol, cannabis, slaapmiddelen zonder voorschrift en andere psychoactieve middelen kunnen aandacht, geheugen, reactiesnelheid en besluitvorming beïnvloeden.
Ook na het uitwerken van een middel kan iemand tijdelijk last houden van:
- mentale traagheid;
- verminderde concentratie;
- vermoeidheid;
- geheugenproblemen;
- een mistig gevoel.
Bij langdurig of overmatig gebruik kunnen cognitieve problemen ernstiger en langduriger worden.
Uitdroging, onvoldoende voeding en lichamelijke uitputting
De hersenen functioneren minder goed wanneer het lichaam onvoldoende vocht, voedingsstoffen of energie beschikbaar heeft.
Uitdroging, langdurig niet eten, ondervoeding, zeer restrictieve diëten en ernstige lichamelijke uitputting kunnen bijdragen aan:
- hoofdpijn;
- duizeligheid;
- concentratieverlies;
- tragere reacties;
- vermoeidheid;
- verwardheid.
Ernstige verwardheid door uitdroging, ondervoeding of ontregeling van zouten in het bloed moet niet als gewone brain fog worden beschouwd.
Niet alle cognitieve klachten zijn brain fog
De term brain fog kan herkenning geven, maar heeft ook een beperking. Ernstige of progressieve cognitieve problemen mogen niet onder één algemene term worden verborgen.
Vergelijkbare klachten kunnen ook voorkomen bij:
- dementie;
- mild cognitive impairment;
- een beroerte;
- een hersenbloeding;
- een hersentumor;
- epilepsie;
- een delier;
- hersenontsteking;
- bijwerkingen of vergiftiging;
- ernstige stofwisselingsstoornissen;
- zuurstoftekort;
- een acute infectie.
Dementie is bijvoorbeeld geen ernstige vorm van brain fog, maar een verzamelnaam voor hersenaandoeningen waarbij cognitieve functies zodanig achteruitgaan dat het dagelijks functioneren wordt aangetast.
Wanneer moeten cognitieve klachten medisch worden onderzocht?
Neem contact op met de huisarts wanneer:
- de brain fog nieuw is en niet verdwijnt;
- de klachten toenemen;
- het dagelijks functioneren wordt beïnvloed;
- werken, studeren of autorijden niet meer veilig lukt;
- medicatie wordt vergeten of verkeerd wordt ingenomen;
- iemand verdwaalt op bekende plaatsen;
- persoonlijkheid of gedrag duidelijk verandert;
- naasten een duidelijke achteruitgang opmerken;
- klachten ontstaan na hoofdletsel;
- er sprake is van ernstige vermoeidheid, gewichtsverandering of andere lichamelijke klachten;
- er twijfel bestaat over medicijnen, slaap, hormonen of tekorten.
Bij plotselinge ernstige verwardheid, een scheve mond, krachtsverlies, problemen met spreken, bewustzijnsverlies, een epileptische aanval of een plotselinge zeer hevige hoofdpijn moet direct medische hulp worden ingeschakeld.
Belangrijke conclusie
Brain fog kan voorkomen bij lichamelijke, neurologische, hormonale en psychische aandoeningen, maar ook door slaaptekort, pijn, medicijnen, tekorten, infecties en langdurige overbelasting.
Soms is er één duidelijke oorzaak. Vaak is sprake van een combinatie. Iemand met een chronische ziekte kan bijvoorbeeld tegelijkertijd te maken hebben met pijn, slechte slaap, medicatiebijwerkingen, angst en uitputting. Al deze factoren kunnen het cognitieve functioneren beïnvloeden.
Brain fog mag daarom niet worden afgedaan als aanstellerij, luiheid of gebrek aan belangstelling. Tegelijkertijd mag de term niet worden gebruikt om ernstige of behandelbare oorzaken over het hoofd te zien.
Een zorgvuldige beoordeling vraagt niet alleen de vraag: “Heeft iemand geheugenproblemen?”, maar ook:
- Wanneer zijn de klachten begonnen?
- Wisselen de klachten gedurende de dag?
- Wat maakt de klachten erger?
- Welke ziekte of behandeling is eraan voorafgegaan?
- Welke medicijnen worden gebruikt?
- Hoe is de slaap?
- Is er sprake van pijn, stress of psychische belasting?
- Zijn er neurologische verschijnselen?
- Welke gevolgen hebben de klachten voor het dagelijks functioneren?
Pas wanneer het volledige beeld wordt onderzocht, kan worden bepaald welke oorzaak waarschijnlijk is en welke behandeling, ondersteuning of aanpassing nodig is..