Welkom 
 

Verschillende vormen van een bipolaire stoornis

Nederlandse professionals maken onderscheid tussen verschillende vormen:

  • Bij een bipolaire-I-stoornis heeft iemand ten minste één manische periode doorgemaakt. Daarnaast kunnen depressieve perioden voorkomen.
  • Bij een bipolaire-II-stoornis komen depressieve perioden en hypomanieën voor, maar heeft iemand nooit een volledige manie doorgemaakt.
  • Bij een cyclothyme stoornis zijn er gedurende langere tijd afwisselend lichte depressieve en hypomane klachten, zonder dat deze volledig voldoen aan de kenmerken van een ernstige depressie of manie.


De ernst, duur en frequentie van de stemmingsperioden verschillen sterk per persoon. 

Tussen de episoden kan iemand gedurende langere tijd een normale en stabiele stemming hebben. De kwetsbaarheid voor een nieuwe depressieve, hypomane of manische periode blijft echter bestaan.

Vroege signalen en terugval
Een nieuwe stemmingsperiode ontstaat niet altijd plotseling. Mogelijke vroege signalen zijn veranderingen in slaap, energie, prikkelbaarheid, activiteit, concentratie, zelfvertrouwen, geld uitgeven of behoefte aan sociaal contact. Deze signalen zijn voor iedere persoon anders.
Nederlandse behandelrichtlijnen adviseren daarom een persoonlijk signaleringsplan op te stellen. Hierin staat welke vroege veranderingen herkenbaar zijn, wat iemand zelf kan doen en wanneer contact met een behandelaar nodig is. Voldoende slaap, een regelmatig dag-en-nachtritme, het beperken van stress en het volgens afspraak gebruiken van medicatie kunnen bijdragen aan het verkleinen van de kans op terugval.

De rol van naasten
Tijdens een manische of hypomane periode merkt iemand zelf niet altijd dat het gedrag verandert. Een partner, familielid of goede vriend herkent veranderingen soms eerder. Naasten kunnen daarom, met toestemming van de patiënt, worden betrokken bij psycho-educatie, het signaleringsplan en afspraken over wat er bij dreigende ontregeling moet gebeuren.
De bipolaire stoornis kan ook zwaar zijn voor naasten. Impulsief gedrag, conflicten, financiële problemen, terugtrekking of langdurige somberheid kunnen relaties en het gezinsleven belasten. Daarom hoort goede behandeling niet alleen aandacht te hebben voor de klachten, maar ook voor het dagelijks functioneren en de ondersteuning van betrokkenen.