Welkom 
 

Wat doet een scheiding met kinderen?

 Wat doet een scheiding met kinderen?

 1. Inleiding
Een scheiding is één van de meest ingrijpende gebeurtenissen die een kind kan meemaken. Toch laat wetenschappelijk onderzoek zien dat niet de scheiding zelf automatisch bepaalt hoe een kind zich ontwikkelt. De manier waarop ouders vóór, tijdens en na de scheiding met elkaar omgaan, blijkt veel belangrijker te zijn voor het welzijn van kinderen dan het juridische moment waarop de relatie eindigt.
Kinderen verliezen bij een scheiding niet alleen de dagelijkse aanwezigheid van beide ouders onder één dak. Vaak veranderen ook hun gevoel van veiligheid, voorspelbaarheid en continuïteit. Zij moeten wennen aan nieuwe woonomstandigheden, veranderende gezinsstructuren, aangepaste routines en soms ook aan nieuwe partners of samengestelde gezinnen.
Niet ieder kind reageert hetzelfde. Sommige kinderen lijken zich relatief snel aan te passen, terwijl anderen langdurig emotionele, sociale of lichamelijke klachten ontwikkelen. Leeftijd, temperament, de kwaliteit van de relatie met beide ouders en de mate van conflict tussen ouders spelen hierbij een belangrijke rol.
Professionals benadrukken daarom dat een scheiding niet als één gebeurtenis moet worden gezien, maar als een proces waarbij verschillende factoren bepalen hoe kinderen zich ontwikkelen.

2. Niet de scheiding zelf, maar de omstandigheden bepalen de impact
Gedurende tientallen jaren is internationaal onderzoek gedaan naar de gevolgen van echtscheiding voor kinderen. Hieruit blijkt een belangrijke conclusie: niet iedere scheiding is schadelijk, maar bepaalde omstandigheden rondom een scheiding kunnen het risico op problemen aanzienlijk vergroten.
Onderzoekers zoals Paul Amato, Michael Lamb en E. Mavis Hetherington laten zien dat kinderen zich vaak beter aanpassen wanneer ouders ondanks de scheiding blijven samenwerken, conflicten beperken en emotioneel beschikbaar blijven.

Daarentegen vergroten verschillende risicofactoren de kans op emotionele of gedragsproblemen, zoals:

  • langdurige conflicten tussen ouders;
  • voortdurende spanningen in huis;
  • onvoorspelbaarheid;
  • emotionele afwezigheid van één of beide ouders;
  • financiële problemen;
  • wisselende opvoedregels;
  • loyaliteitsconflicten;
  • voortdurende veranderingen binnen het gezin.

Het is daarom niet juist om te stellen dat een scheiding op zichzelf de oorzaak is van alle problemen. De kwaliteit van de opvoedingssituatie vóór én na de scheiding blijkt veel bepalender te zijn.
Dit betekent niet dat een scheiding eenvoudig is. Ook wanneer ouders goed samenwerken, blijft een scheiding een ingrijpende verandering waarvoor kinderen tijd nodig hebben om zich aan te passen.

3. Chronische stress binnen het gezin
Kinderen groeien het beste op wanneer zij zich veilig voelen. Veiligheid betekent niet dat een gezin nooit problemen kent, maar dat een kind erop kan vertrouwen dat ouders voorspelbaar reageren, beschikbaar zijn en bescherming bieden wanneer dat nodig is.
Wanneer binnen een gezin langdurig sprake is van spanningen, verandert deze basis.
Chronische stress kan ontstaan door uiteenlopende omstandigheden, zoals:

  • voortdurende ruzies;
  • psychische klachten van een ouder;
  • chronische ziekte;
  • financiële zorgen;
  • verslavingsproblematiek;
  • mantelzorg;
  • langdurige overbelasting;
  • een relatie waarin spanningen voortdurend aanwezig zijn.


Onder invloed van chronische stress blijft het stresssysteem van het lichaam langdurig actief. Onderzoek binnen de ontwikkelingspsychologie en neurobiologie laat zien dat dit invloed kan hebben op de ontwikkeling van kinderen.

  • emotieregulatie;
  • concentratie;
  • leren;
  • slapen;
  • sociale relaties;
  • impulscontrole.


Ook lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn, buikpijn of vermoeidheid, komen vaker voor.
Belangrijk hierbij is dat niet iedere vorm van stress schadelijk is. Stress hoort bij het leven en kan kinderen juist helpen om veerkracht te ontwikkelen. Pas wanneer stress langdurig aanhoudt en kinderen onvoldoende steun of veiligheid ervaren, neemt het risico op negatieve gevolgen toe.
Onderzoekers zoals Jack Shonkoff en Bruce McEwen beschrijven dat juist deze langdurige, onvoldoende opgevangen stress een belangrijke invloed kan hebben op de ontwikkeling van het brein, het stresssysteem en de emotionele ontwikkeling.

4. Langdurige ouderlijke conflicten
Van alle factoren die samenhangen met problemen bij kinderen na een scheiding, behoren langdurige conflicten tussen ouders tot de sterkst onderzochte risicofactoren.
Kinderen hoeven niet altijd rechtstreeks getuige te zijn van ruzies om hiervan last te hebben. Ook spanningen, stiltes, vijandige blikken, sarcastische opmerkingen of voortdurende negatieve sfeer worden door kinderen vaak feilloos opgemerkt.

Kinderen zijn sterk afhankelijk van hun ouders voor veiligheid. Wanneer juist de personen die veiligheid moeten bieden voortdurend met elkaar in conflict zijn, kan dit gevoelens van onzekerheid veroorzaken.

Onderzoek laat zien dat langdurige ouderlijke conflicten samenhangen met een verhoogde kans op:

  • angstklachten;
  • somberheid;
  • gedragsproblemen;
  • agressie;
  • teruggetrokken gedrag;
  • problemen op school;
  • slaapproblemen;
  • verminderd zelfvertrouwen.

Kinderen proberen bovendien vaak zelf spanning te verminderen. Sommige kinderen worden extra rustig en aangepast, terwijl anderen juist boos of opstandig reageren. Beide reacties kunnen manieren zijn om met een onveilige situatie om te gaan.
Opvallend is dat veel kinderen zichzelf verantwoordelijk gaan voelen voor de spanningen tussen hun ouders, ook wanneer daar geen enkele aanleiding voor bestaat.
Professionals benadrukken daarom dat ouders hun conflicten zoveel mogelijk buiten het zicht en gehoor van kinderen dienen te houden en kinderen nooit verantwoordelijk mogen maken voor problemen tussen volwassenen.

5. Loyaliteitsconflicten
Eén van de meest belastende ervaringen voor kinderen tijdens en na een scheiding is een loyaliteitsconflict.

Kinderen zijn van nature loyaal aan beide ouders. Deze loyaliteit ontstaat niet doordat ouders dit vragen, maar doordat de band met beide ouders onderdeel vormt van hun identiteit.
Wanneer een kind het gevoel krijgt te moeten kiezen tussen vader en moeder, ontstaat een innerlijk conflict.
Dit kan openlijk gebeuren, bijvoorbeeld wanneer ouders negatieve uitspraken over elkaar doen.
Maar loyaliteitsconflicten ontstaan ook op subtiele manieren.

Bijvoorbeeld wanneer:

  • een ouder zichtbaar verdrietig wordt wanneer het kind naar de andere ouder gaat;
  • een ouder voortdurend negatieve opmerkingen maakt over de andere ouder;
  • een kind het gevoel krijgt één ouder te moeten beschermen;
  • ouders informatie via het kind uitwisselen;
  • kinderen het gevoel krijgen partij te moeten kiezen.


Voor een kind voelt dit alsof iedere keuze automatisch betekent dat de andere ouder wordt gekwetst.
Onderzoek laat zien dat langdurige loyaliteitsconflicten samenhangen met verhoogde stress, schuldgevoelens, angst, emotionele overbelasting en problemen in de identiteitsontwikkeling.
Veel kinderen proberen daarom beide ouders tevreden te houden. Zij passen zich voortdurend aan, zeggen tegen iedere ouder wat die wil horen of verbergen gevoelens om nieuwe conflicten te voorkomen.
Hoewel dit gedrag op korte termijn rust kan geven, kost het kinderen vaak veel mentale energie. Zij leren hun eigen gevoelens steeds vaker op de achtergrond te plaatsen om de relatie met beide ouders te behouden.

Professionals binnen de ontwikkelingspsychologie, systeemtherapie en hechtingstheorie benadrukken daarom dat kinderen nooit de rol van bemiddelaar, vertrouwenspersoon of boodschapper tussen ouders mogen krijgen. Kinderen hebben behoefte aan de vrijheid om van beide ouders te houden, zonder het gevoel dat deze liefde ten koste gaat van de ander.

De inzichten op deze pagina sluiten aan bij wetenschappelijk onderzoek uit de ontwikkelingspsychologie, hechtingstheorie, systeemtherapie en stressonderzoek. Onder meer de werkzaamheden van John Bowlby, Mary Ainsworth, Paul Amato, E. Mavis Hetherington, Michael Lamb, Jack P. Shonkoff, Bruce McEwen en Daniel Siegel vormen hiervoor een belangrijke wetenschappelijke basis.
ze tekst past u aan door erop te klikken.