Lichamelijke gevolgen van Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH)
Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH) kan verschillende lichamelijke gevolgen hebben. Welke klachten ontstaan, hangt af van de plaats en de ernst van de hersenbeschadiging. Sommige mensen herstellen grotendeels, terwijl anderen blijvende lichamelijke beperkingen ervaren. Ook kunnen lichamelijke en cognitieve klachten tegelijkertijd voorkomen.
Voor zorgprofessionals Is het belangrijk om te beseffen dat lichamelijke klachten niet altijd direct zichtbaar zijn en in de loop van de dag kunnen wisselen. Vermoeidheid, overprikkeling en inspanning kunnen bestaande klachten tijdelijk verergeren.
Verlamming
Een veelvoorkomend gevolg van NAH is een verlamming van een arm, been of één zijde van het lichaam. Dit wordt ook wel een hemiparese (gedeeltelijke verlamming) of hemiplegie (volledige verlamming) genoemd.
Een verlamming ontstaat Doordat de hersenen signalen niet meer goed kunnen doorgeven aan de spieren. Hierdoor kunnen dagelijkse activiteiten zoals lopen, aankleden, eten of persoonlijke verzorging moeilijker worden.
Revalidatie met fysiotherapie en ergotherapie Speelt een belangrijke rol bij het verbeteren van de mobiliteit en het vergroten van de zelfstandigheid.
Krachtsverlies
Ook zonder volledige verlamming kunnen mensen met NAH minder kracht ervaren in armen, benen of handen. Hierdoor kunnen eenvoudige handelingen meer moeite kosten.
Krachtsverlies kan zich uiten in:
- Moeite met opstaan uit een stoel;
- Minder grip hebben;
- Sneller iets laten vallen;
- Moeite met traplopen;
- Sneller lichamelijk vermoeid raken.
Regelmatig bewegen en oefenen onder begeleiding van een fysiotherapeut kan helpen om spierkracht en conditie zoveel mogelijk te behouden.
Evenwichtsproblemen
Beschadiging van hersengebieden die betrokken zijn bij balans en coördinatie kan leiden tot evenwichtsstoornissen.
Mensen kunnen hierdoor:
- Onzeker lopen;
- Duizelig zijn;
- Moeite hebben met draaien;
- Vaker struikelen;
- Een verhoogd risico op vallen hebben.
Vooral bij ouderen is dit een belangrijk aandachtspunt. Valpreventie, een veilige woonomgeving en het gebruik van hulpmiddelen kunnen het risico op vallen verminderen.
Spasticiteit
Bij sommige mensen ontstaat een verhoogde spierspanning, ook wel spasticiteit genoemd. Spieren blijven hierbij onbedoeld aangespannen, waardoor bewegen moeilijker wordt.
Spasticiteit kan leiden tot:
- Stijve armen of benen;
- Pijn;
- Beperkte bewegingsvrijheid;
- Problemen met lopen;
- Moeilijkheden bij de persoonlijke verzorging.
Behandeling kan bestaan uit fysiotherapie, oefentherapie, spalken of medicijnen die de spierspanning verminderen.
Vermoeidheid
Ernstige vermoeidheid is één van de meest voorkomende en meest onderschatte gevolgen van NAH. Veel mensen ervaren een voortdurende mentale en lichamelijke uitputting die niet in verhouding staat tot de geleverde inspanning.
Deze vermoeidheid verdwijnt vaak niet na een periode van rust of slaap en kan het dagelijks functioneren aanzienlijk beperken.
Mensen met NAH kunnen bijvoorbeeld sneller uitgeput raken door:
- Een gesprek voeren;
- Boodschappen doen;
- Bezoek ontvangen;
- Televisie kijken;
- Administratieve werkzaamheden;
- Autorijden.
Voor zorgprofessionals is het belangrijk om voldoende rustmomenten in te plannen en activiteiten over de dag te verdelen. Overbelasting kan bestaande klachten tijdelijk verergeren.
Slikproblemen (Dysfagie)
Wanneer hersengebieden die betrokken zijn bij het slikken beschadigd raken, kunnen slikproblemen ontstaan. Dit wordt dysfagie genoemd.
Mensen met dysfagie kunnen moeite hebben met:
- Kauwen;
- Slikken van eten;
- Slikken van drinken;
- Doorslikken van medicijnen.
Slikproblemen vergroten het risico op verslikken, ondervoeding, uitdroging en een longontsteking door voedsel of vocht dat in de luchtwegen terechtkomt.
Bij verdenking op slikproblemen is beoordeling door een logopedist belangrijk !! Soms zijn aangepaste voeding of verdikte dranken noodzakelijk.
Spraakproblemen
NAH kan invloed hebben op het spreken en de communicatie.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
- Dysartrie: de spieren die nodig zijn om te spreken werken minder goed, waardoor de spraak onduidelijk of langzaam klinkt.
- Afasie: een taalstoornis waarbij iemand moeite heeft met spreken, begrijpen, lezen of schrijven als gevolg van hersenbeschadiging.
Communicatieproblemen kunnen leiden tot frustratie en sociale beperkingen. Rustig spreken, korte zinnen gebruiken en voldoende tijd geven om te antwoorden kunnen de communicatie verbeteren.
Epilepsie
Na hersenletsel kunnen sommige mensen epileptische aanvallen ontwikkelen. Dit ontstaat doordat beschadigd hersenweefsel elektrische signalen in de hersenen verstoort.
Epileptische aanvallen kunnen variëren van korte afwezigheden tot heftige aanvallen met bewustzijnsverlies en schokken van armen en benen.
Niet iedereen met NAH ontwikkelt epilepsie, maar het risico is verhoogd, vooral na ernstig hersenletsel.
Bij een eerste epileptische aanval of een verandering in het aanvalspatroon is altijd medische beoordeling noodzakelijk.
Hoofdpijn
Hoofdpijn komt regelmatig voor na Niet-Aangeboren Hersenletsel. De oorzaak kan verschillen en hangt onder andere samen met de aard van het letsel, spierspanning, overbelasting of veranderingen in de hersenen.
Hoofdpijn kan:
- Dagelijks aanwezig zijn;
- Verergeren bij inspanning;
- Samengaan met vermoeidheid;
- Toenemen door overprikkeling.
Nieuwe of plotseling hevige hoofdpijn, zeker wanneer deze samengaat met neurologische uitvalsverschijnselen, bewustzijnsverlies of braken, moet altijd direct medisch worden beoordeeld.
Wat betekent dit voor de zorg in de praktijk?
Lichamelijke gevolgen van NAH kunnen grote invloed hebben op de zelfstandigheid en kwaliteit van leven. Zorgprofessionals spelen een belangrijke rol bij het observeren van veranderingen, het ondersteunen bij dagelijkse activiteiten en het bevorderen van de zelfredzaamheid.
Belangrijke aandachtspunten zijn:
- Stimuleer zelfstandigheid waar dit veilig mogelijk is;
- Houd rekening met vermoeidheid en plan voldoende rustmomenten;
- Let op slikproblemen en het risico op verslikken;
- Observeer veranderingen in mobiliteit, spierkracht en evenwicht;
- Bied een veilige omgeving om valincidenten te voorkomen;
- Pas communicatie aan bij spraak- of taalproblemen;
- Signaleer nieuwe neurologische klachten tijdig en schakel zo nodig een arts in.
- Een persoonsgerichte benadering, waarbij rekening wordt gehouden met zowel de zichtbare als de minder zichtbare gevolgen van het hersenletsel, draagt bij aan passende zorg en een zo groot mogelijke zelfstandigheid.