Delier
Een delier is een plotselinge verwardheid die ontstaat doordat het lichaam of de hersenen uit balans raken. Iemand kan binnen enkele uren of dagen ineens heel anders reageren dan normaal. De persoon kan verward zijn, onrustig worden, dingen zien of horen die er niet zijn, niet goed weten waar hij is, de dag en nacht omdraaien of moeite hebben om aandacht vast te houden.
Een delier komt vaak voor bij kwetsbare ouderen, mensen met dementie, mensen die ernstig ziek zijn, na een operatie, bij een infectie, uitdroging, pijn, medicatieproblemen of in de laatste levensfase. Toch kan een delier ook bij jongere mensen voorkomen, vooral wanneer iemand ernstig ziek is.
Een delier is iets anders dan dementie. Dementie ontstaat meestal langzaam en wordt geleidelijk erger. Een delier ontstaat juist plotseling en kan sterk wisselen. Het ene moment lijkt iemand redelijk helder, terwijl diezelfde persoon later op de dag erg verward, angstig of onrustig kan zijn. Juist dat wisselende beeld maakt een delier soms moeilijk te herkennen.
Voor de patiënt kan een delier erg beangstigend zijn. Iemand begrijpt niet goed wat er gebeurt, kan wantrouwend worden, stemmen horen, dingen zien, boos reageren of juist heel stil en teruggetrokken worden. Niet ieder delier is druk of onrustig. Soms ligt iemand vooral stil in bed, reageert traag en lijkt afwezig. Ook dat kan een delier zijn.
Voor naasten is een delier vaak heftig om mee te maken. Een partner, kind of familielid kan iemand ineens niet meer herkennen zoals hij normaal is. Dat kan verdriet, angst en machteloosheid geven. Het is belangrijk om te weten dat de patiënt dit gedrag meestal niet bewust doet. Het gedrag ontstaat door ontregeling in het lichaam en de hersenen.
Bij een delier is het belangrijk om de oorzaak te zoeken. Denk aan een blaasontsteking, longontsteking, koorts, pijn, uitdroging, verstopping, te weinig eten of drinken, slaaptekort, verandering van medicatie of een ziekenhuisopname. De behandeling richt zich vooral op het aanpakken van de oorzaak en het bieden van rust, veiligheid en herkenbaarheid.
Goede begeleiding helpt. Spreek rustig, gebruik korte zinnen, vertel wie u bent, leg uit waar iemand is en wat er gebeurt. Zorg voor een rustige omgeving, voldoende licht overdag, een klok, kalender, bril, gehoorapparaat en bekende spullen van thuis. Probeer niet steeds in discussie te gaan over wat iemand ziet of denkt. Corrigeer niet hard, maar stel gerust.
In de zorg is het belangrijk om veranderingen snel te signaleren. Is iemand ineens verwarder dan normaal? Slaapt iemand overdag veel en is hij ’s nachts wakker? Reageert iemand angstig, boos, achterdochtig of juist opvallend stil? Dan moet er verder gekeken worden. Zeker bij ouderen kan plotselinge verwardheid een teken zijn dat er lichamelijk iets aan de hand is.
Een delier kan tijdelijk zijn, maar moet altijd serieus genomen worden. Soms herstelt iemand goed zodra de oorzaak behandeld is. Soms duurt het herstel langer, vooral bij kwetsbare ouderen of mensen met dementie. In sommige situaties kan een delier ook een teken zijn dat iemand ernstig achteruitgaat.
Neem bij plotselinge verwardheid, sufheid, onrust, koorts, benauwdheid, pijn, niet eten of drinken, vallen of snelle achteruitgang altijd contact op met een arts of zorgverlener.
Een delier vraagt om alertheid, rust, goede observatie en menselijkheid. Want achter de verwardheid zit nog steeds dezelfde persoon, maar tijdelijk lukt het die persoon niet meer om grip te houden op zichzelf en de omgeving.