Van hulp thuis naar een verpleeghuis
Wanneer thuis wonen steeds moeilijker wordt, ontstaat vaak verwarring over wetten, indicaties en organisaties.
Wie moet worden gebeld? De gemeente? De huisarts? Het CIZ? De zorgverzekeraar? Het zorgkantoor?
De Nederlandse zorg is verdeeld over verschillende wetten. Welke wet van toepassing is, hangt af van de soort hulp en de zwaarte van de zorgvraag.
De drie belangrijkste zorgroute :
De Wmo
Wmo betekent Wet maatschappelijke ondersteuning.
De gemeente voert deze wet uit. De Wmo is bedoeld om mensen te ondersteunen zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en mee kunnen doen in de samenleving.
Via de Wmo kunnen bijvoorbeeld worden geregeld:
- huishoudelijke hulp;
- begeleiding thuis;
- dagbesteding;
- mantelzorgondersteuning;
- respijtzorg;
- vervoer;
- een rolstoel of scootmobiel;
- woningaanpassingen;
- bepaalde vormen van opvang.
De gemeente onderzoekt welke problemen iemand ervaart, wat iemand zelf nog kan en welke ondersteuning passend is. [1]
De Zorgverzekeringswet
Verpleging en persoonlijke verzorging thuis vallen vaak onder de Zorgverzekeringswet.
Een wijkverpleegkundige beoordeelt welke verpleegkundige zorg of verzorging nodig is.
Het kan bijvoorbeeld gaan om:
- hulp bij wassen en aankleden;
- wondzorg;
- injecties;
- katheterzorg;
- medicatiezorg;
- verpleegkundige observatie.
Ook sommige tijdelijke verblijfs- en revalidatievormen kunnen onder de zorgverzekering vallen.
De Wlz
Wlz betekent Wet langdurige zorg.
Deze wet is bedoeld voor mensen die blijvend permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben.
Dat betekent dat iemand dag en nacht niet veilig zonder beschikbare hulp kan blijven. Het gaat om een blijvende situatie waarbij geen wezenlijk herstel wordt verwacht waardoor die intensieve zorg niet meer nodig zou zijn. [2]
Een Wlz-indicatie kan nodig zijn bij bijvoorbeeld:
- vergevorderde dementie;
- ernstige lichamelijke beperkingen;
- complexe chronische ziekten;
- een ernstige verstandelijke of zintuiglijke beperking;
- bepaalde langdurige psychische aandoeningen.
Stap 1: bespreek wat er thuis gebeurt
De route begint meestal bij de huisarts, wijkverpleegkundige, casemanager dementie of thuiszorgorganisatie.
Het helpt om concrete informatie te verzamelen:
- valincidenten;
- nachtelijke onrust;
- dwaalgedrag;
- vergeten medicatie;
- onvoldoende eten of drinken;
- gewichtsverlies;
- verwardheid;
- gevaarlijke situaties;
- overbelasting van mantelzorgers;
- momenten waarop hulp niet tijdig beschikbaar was.
Deze informatie maakt duidelijk waarom de bestaande zorg niet meer voldoende is.
Stap 2: kijk welke zorg thuis nog mogelijk is
Voordat een opname wordt aangevraagd, kan worden gekeken of uitbreiding van ondersteuning thuis voldoende is.
Denk aan:
- meer wijkverpleging;
- dagbesteding;
- nachtzorg;
- personenalarmering;
- mantelzorgondersteuning;
- respijtzorg;
- hulpmiddelen;
- woningaanpassingen;
- tijdelijke opname;
- een volledig pakket thuis;
- een modulair pakket thuis.
Niet iedere vorm is in iedere situatie beschikbaar of veilig uitvoerbaar.
Wanneer iemand voortdurend toezicht nodig heeft, niet meer kan alarmeren of ieder moment onverwachte zorg nodig kan hebben, kan thuiszorg uiteindelijk onvoldoende zijn.
Stap 3: een Wlz-indicatie aanvragen
Een Wlz-indicatie wordt aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling Zorg, het CIZ.
De oudere kan dit zelf doen. Een vertegenwoordiger of zorgverlener kan helpen, maar daarvoor is meestal toestemming of een geldige vertegenwoordiging nodig.
Bij de aanvraag zijn vaak gegevens nodig over:
- de medische diagnose;
- het dagelijks functioneren;
- de bestaande zorg;
- de noodzaak van toezicht;
- de risico’s thuis;
- de verwachte duur van de zorgbehoefte;
- de inzet van mantelzorg.
Het CIZ onderzoekt of iemand aan de voorwaarden van de Wlz voldoet.
Dat kan via telefonisch contact, beeldbellen, dossieronderzoek of een huisbezoek.
Het CIZ heeft de opdracht om binnen zes weken een besluit te nemen. Een complete aanvraag kan sneller worden afgehandeld. [3]
Stap 4: het indicatiebesluit en zorgprofiel
Wanneer de aanvraag wordt goedgekeurd, ontvangt de cliënt een indicatiebesluit.
Daarin staat:
- dat iemand recht heeft op Wlz-zorg;
- vanaf welke datum dat recht geldt;
- welk zorgprofiel is toegekend.
Een zorgprofiel beschrijft het soort zorg en de zwaarte van de zorgbehoefte.
Het CIZ bepaalt niet in welk verpleeghuis iemand gaat wonen.
Na het besluit wordt de indicatie doorgegeven aan het zorgkantoor in de regio. Het zorgkantoor helpt bij het organiseren van de Wlz-zorg. [4]
Stap 5: kiezen hoe de zorg wordt ontvangen
Een Wlz-indicatie betekent niet automatisch dat iemand direct in een verpleeghuis moet wonen.
Er bestaan verschillende leveringsvormen.
- Verblijf in een instelling
De cliënt verhuist naar een verpleeghuis of andere Wlz-instelling.
Wonen, zorg, begeleiding en toezicht worden daar gezamenlijk georganiseerd.
- Volledig pakket thuis
Bij een volledig pakket thuis ontvangt iemand bijna het volledige pakket van een instelling in de eigen woning.
Daarbij kunnen onder andere zorg, begeleiding, maaltijden en schoonmaak horen.
De woning zelf blijft de verantwoordelijkheid van de bewoner.
Deze vorm is alleen mogelijk wanneer de zorg thuis veilig en verantwoord kan worden geleverd.
- Modulair pakket thuis
Bij een modulair pakket thuis kiest iemand bepaalde onderdelen van de Wlz-zorg.
De overige ondersteuning kan op een andere manier worden geregeld.
- Persoonsgebonden budget
Met een persoonsgebonden budget, pgb, koopt iemand zelf zorg in.
De budgethouder kiest zorgverleners en sluit zorgovereenkomsten af.
Het budget wordt niet vrij op de eigen bankrekening gestort. De Sociale Verzekeringsbank of zorgverzekeraar verzorgt de betalingen. Dit wordt trekkingsrecht genoemd. [5]
Een pgb vraagt veel organisatie en administratie.
De budgethouder of vertegenwoordiger moet onder andere:
- geschikte zorgverleners kiezen;
- zorgovereenkomsten afsluiten;
- roosters en afspraken bewaken;
- declaraties controleren;
- wijzigingen doorgeven;
- toezicht houden op de kwaliteit van zorg.
Een pgb betaalt zorg. Het betaalt niet automatisch huur of alle woonkosten.
In een reguliere verpleeghuisopname wordt de zorg meestal als zorg in natura geleverd.
- Zorg in natura
Bij zorg in natura organiseert een gecontracteerde zorgaanbieder de zorg.
De zorgorganisatie regelt personeel, roosters, begeleiding, verpleegkundige zorg en andere noodzakelijke onderdelen.
De cliënt hoeft niet zelf iedere zorgverlener in te huren.
Stap 6: een verpleeghuis kiezen
Bij de keuze van een verpleeghuis kunnen verschillende zaken belangrijk zijn:
- afstand tot partner en familie;
- eenpersoonskamer of groepswonen;
- kleinschalige woonvorm;
- deskundigheid bij dementie;
- deskundigheid bij lichamelijke aandoeningen;
- sfeer en dagindeling;
- buitenruimte;
- levensbeschouwing;
- activiteiten;
- mogelijkheden voor bezoek;
- aanwezigheid van behandeling.
Een onafhankelijke cliëntondersteuner kan kosteloos helpen bij het vergelijken van mogelijkheden en bij gesprekken met het zorgkantoor of een zorginstelling.
Wachtlijsten en overbruggingszorg
Er is niet altijd direct plaats in het verpleeghuis van voorkeur.
De cliënt komt dan op een wachtlijst.
Er bestaan verschillende wacht statussen, afhankelijk van de urgentie en de wens om snel of later te worden opgenomen.
Wanneer nog geen plaats beschikbaar is, kan het zorgkantoor overbruggingszorg organiseren.
Dat kan bestaan uit:
- Extra zorg thuis;
- Persoonlijke verzorging;
- Begeleiding;
- Dagbesteding;
- Tijdelijk verblijf in een andere instelling.
Overbruggingszorg duurt totdat een passende plaats beschikbaar is. [6]
Wanneer de situatie acuut wordt
Soms kan niet op een normale wachtlijst worden gewacht.
Bijvoorbeeld wanneer:
- de mantelzorger plotseling uitvalt;
- iemand voortdurend wegloopt;
- ernstige valgevaar bestaat;
- iemand zichzelf ernstig verwaarloost;
- er direct gevaar is;
- niemand de noodzakelijke zorg meer kan geven.
Dan kan een crisisbeoordeling of spoedopname nodig zijn.
De huisarts, crisisdienst, zorgorganisatie of het zorgkantoor kan afhankelijk van de situatie betrokken worden.
Een crisisplaats is niet altijd in het verpleeghuis van voorkeur. Eerst moet de veiligheid worden hersteld. Later kan worden gekeken naar een definitieve plaats.
Tijdelijke opname of revalidatie
Een tijdelijk verblijf is niet hetzelfde als een permanente verpleeghuisopname.
Na een ziekenhuisopname kan iemand bijvoorbeeld tijdelijk revalideren of eerstelijns verblijf nodig hebben.
Tijdens deze periode wordt onderzocht:
- of terugkeer naar huis mogelijk is;
- welke ondersteuning thuis nodig is;
- of blijvende Wlz-zorg noodzakelijk is.
Een tijdelijke opname kan dus eindigen met terugkeer naar huis, maar ook met een aanvraag voor langdurige zorg.
Wanneer iemand de opname weigert
Een Wlz-indicatie betekent niet dat familie iemand zonder meer kan laten opnemen.
Als iemand de gevolgen van beslissingen kan overzien, blijft de eigen wil zwaar wegen.
Bij dementie kan het voorkomen dat iemand niet meer goed begrijpt waarom zorg nodig is, maar zich wel tegen opname verzet.
Onvrijwillige opname of onvrijwillige zorg is aan wettelijke voorwaarden gebonden. Familie kan dit niet zelfstandig beslissen.
Er moet worden onderzocht:
- of er ernstig nadeel dreigt;
- of vrijwillige alternatieven mogelijk zijn;
- of iemand wilsbekwaam is voor de betreffende beslissing;
- welke wettelijke procedure van toepassing is;
- wie de cliënt vertegenwoordigt.
Het doel moet altijd zijn om dwang zoveel mogelijk te voorkomen en de minst ingrijpende oplossing te kiezen.
De verhuizing voorbereiden
Wanneer een plaats beschikbaar komt, kan de verhuizing soms snel gaan.
Er moeten dan veel praktische beslissingen worden genomen:
- Welke meubels gaan mee?
- Welke kleding is nodig?
- Wat gebeurt er met de woning?
- Wie regelt de post?
- Wie zegt abonnementen op?
- Waar blijven sieraden en waardevolle documenten?
- Wie wordt eerste contactpersoon?
- Welke hulpmiddelen gaan mee?
- Welke gewoonten moet het zorgteam kennen?
Neem vertrouwde spullen mee.
- Foto’s.
- Een eigen stoel.
- Een klok.
- Een dekentje.
- Boeken.
- Muziek.
- Een schilderij.
Herkenbare voorwerpen kunnen helpen om de nieuwe kamer minder vreemd te maken.
De eerste weken in het verpleeghuis
De eerste periode kan emotioneel zwaar zijn.
De bewoner moet wennen aan:
- nieuwe gezichten;
- andere geluiden;
- gezamenlijke ruimtes;
- hulp van onbekende medewerkers;
- een andere dagstructuur;
- minder privacy;
- het verlies van de oude woning.
Sommige bewoners worden verdrietig, boos of teruggetrokken.
Mensen met dementie kunnen tijdelijk extra onrustig of verward raken.
Ook familie kan twijfelen.
“Hebben we het juiste gedaan?”
“Was thuis toch niet beter?”
“Had ik meer moeten doen?”
Een noodzakelijke beslissing kan nog steeds verdrietig voelen. Gewenning kost tijd.
De rol van familie na de opname
Professionele zorg neemt een groot deel van de dagelijkse zorg over.
De familie blijft echter belangrijk.
Familie kent de levensgeschiedenis, gewoonten en voorkeuren van de bewoner.
Vertel het zorgteam bijvoorbeeld:
- welke muziek iemand rustig maakt;
- wat iemand graag eet;
- hoe iemand vroeger de dag begon;
- welke onderwerpen verdriet oproepen;
- welke woorden iemand gebruikt;
- wat iemand absoluut niet prettig vindt;
- welke personen belangrijk zijn;
- welke levensgebeurtenissen invloed hebben gehad.
Familie hoeft niet alle zorg te blijven dragen.
Wel kan betrokkenheid helpen om de bewoner herkenning, continuïteit en verbondenheid te geven.