Wonen, kosten en overlijden in een verpleeghuis
Een verpleeghuis is een zorginstelling, maar voor de bewoner is het vooral de nieuwe woonplek. Dat onderscheid is belangrijk.
De bewoner woont er. De kamer is geen behandelkamer die na ieder zorgmoment wordt verlaten. Het is de persoonlijke ruimte van iemand die daar mogelijk de rest van zijn of haar leven blijft. Goede verpleeghuiszorg gaat daarom niet alleen over medische zorg en veiligheid.
Het gaat ook over privacy, gewoonten, relaties, eigen keuzes en kwaliteit van leven.
Het zorgplan
Na de opname worden afspraken gemaakt over de zorg.
Deze worden vastgelegd in een zorgplan of zorgleefplan.
Daarin kunnen onderwerpen staan zoals:
- persoonlijke verzorging;
- Geloofsovertuiging:
- verpleegkundige zorg;
- medicatie;
- eten en drinken;
- mobiliteit;
- valrisico;
- gedrag en stemming;
- slaap;
- dagstructuur;
- activiteiten;
- behandeling;
- pijn;
- wensen voor de laatste levensfase;
- contact met familie;
- wat iemand zelf wil blijven doen.
De bewoner en vertegenwoordiger worden bij het zorgplan betrokken. Het plan wordt regelmatig besproken en aangepast wanneer de situatie verandert.
Wie werken er in een verpleeghuis?
Afhankelijk van de locatie kunnen verschillende professionals betrokken zijn:
- Verzorgenden;
- Verpleegkundigen;
- Helpende;
- Specialist ouderengeneeskunde;
- Huisarts;
- Psycholoog;
- Fysiotherapeut;
- Ergotherapeut;
- Logopedist;
- Diëtist;
- Maatschappelijk werker;
- Geestelijk verzorger;
- Activiteitenbegeleider;
- Facilitair en huishoudelijk personeel.
Niet iedere bewoner krijgt automatisch behandeling van al deze professionals.
Dat hangt af van de zorgvraag, het zorgprofiel en de organisatie van de instelling.
Wie is medisch verantwoordelijk?
In een verpleeghuis met behandeling is vaak een specialist ouderengeneeskunde verantwoordelijk voor de algemene medische zorg.
Bij verblijf zonder behandeling kan de eigen huisarts verantwoordelijk blijven.
Dit verschil heeft ook gevolgen voor de vergoeding van bijvoorbeeld medicatie, hulpmiddelen, tandheelkundige zorg en bepaalde behandelingen. Vraag daarom bij opname: “Is dit verblijf met behandeling of zonder behandeling?”
Welke zorg valt onder het verblijf?
Bij regulier verblijf in een Wlz-instelling horen in ieder geval wonen, eten en drinken, schoonmaak van de woonruimte en de zorg waarop de bewoner is aangewezen. [7]
Afhankelijk van de indicatie kan de zorg bestaan uit:
- Hulp bij wassen en aankleden;
- Toiletgang;
- Incontinentiezorg;
- Verpleegkundige handelingen;
- Medicatiebegeleiding;
- Begeleiding;
- Toezicht;
- Hulp bij eten en drinken;
- Mobiliteitsondersteuning;
- Nachtzorg;
- Dagstructuur;
- Activiteiten;
- Behandeling;
- Palliatieve zorg.
Eten en drinken
Eten en drinken horen bij het reguliere verblijf in een Wlz-instelling. [8]
De instelling verzorgt doorgaans:
- Ontbijt;
- Lunch;
- Avondmaaltijd;
- Drinken;
- Tussendoortjes;
- Waar nodig aangepaste voeding.
Bij slikproblemen, ondervoeding, diabetes of andere medische problemen kan een diëtist of logopedist worden betrokken.
Bewoners moeten waar mogelijk kunnen meepraten over maaltijden, voorkeuren en eetgewoonten.
Eten is niet alleen voeding.
Het geeft structuur, herkenning, contact en soms een van de belangrijkste prettige momenten van de dag.
Huur, water, gas en elektriciteit
Bij een reguliere opname met Wlz-verblijf betaalt de bewoner niet afzonderlijk huur, water, gas en elektriciteit aan het verpleeghuis.
Het wonen en de noodzakelijke woonvoorzieningen maken deel uit van het verblijf.
De bewoner betaalt wel een wettelijke eigen bijdrage aan het CAK.
Bij woonvormen waarbij wonen en zorg gescheiden zijn, ligt dit anders.
Bijvoorbeeld bij:
Een zorg appartement;
Een volledig pakket thuis;
Een modulair pakket thuis;
Een particuliere woonvorm;
Een wooninitiatief met pgb.
Daar kan iemand zelf betalen voor:
Huur, water, energie, gemeentelijke lasten, verzekeringen, onderhoud, inrichting.
Vraag vóór ondertekening altijd: “Is dit verblijf vanuit de Wlz, of huur ik zelf een woning en ontvang ik de zorg apart?”
Wat wordt meestal door de instelling verzorgd?
Bij regulier Wlz-verblijf vallen doorgaans onder het verblijf:
- De kamer of woonruimte;
- Gas, water en elektriciteit;
- Eten en drinken;
- Schoonmaak van de woonruimte;
- Noodzakelijke zorg;
- Begeleiding en toezicht;
- Beddengoed;
- Handdoeken;
- Het wassen van instellingslinnen;
- Noodzakelijke algemene voorzieningen.
- Bedlinnen en handdoeken zijn onderdeel van het Wlz-verblijf. [9]
Wat betaalt de bewoner vaak zelf?
Persoonlijke uitgaven blijven meestal voor eigen rekening.
Denk aan: Kleding, schoenen, toiletartikelen, kapper, niet-medisch noodzakelijke pedicure, persoonlijke televisie- of internetaansluiting, telefoon, persoonlijke abonnementen, uitstapjes buiten het gewone activiteitenaanbod,
- Extra luxe diensten;
- Persoonlijke verzekeringen;
- Persoonlijke inrichting;
- Gewone was van eigen kleding, afhankelijk van het beleid van de instelling. Een instelling moet duidelijk uitleggen welke diensten zijn inbegrepen en voor welke extra diensten een vergoeding wordt gevraagd.
De eigen bijdrage aan het CAK
Voor Wlz-zorg betaalt de bewoner meestal een eigen bijdrage.
Het CAK berekent deze bijdrage.
De hoogte hangt onder andere af van:
- Inkomen;
- Vermogen;
- Leeftijd;
- Gezinssituatie;
- Aanwezigheid van een partner;
- De vorm van zorg;
- De duur van het verblijf.
Bij volledig verblijf in een instelling geldt de eerste vier maanden meestal de lage eigen bijdrage.
Daarna geldt meestal de hoge eigen bijdrage. In bepaalde persoonlijke situaties kan de lage bijdrage langer gelden. [10]
De bedragen en grenzen veranderen.
Daarom is het verstandig om vóór opname een actuele proefberekening te maken via het CAK.
De eigen woning en vaste lasten
Wanneer iemand permanent verhuist, lopen de kosten van de oude woning vaak nog enige tijd door.
Denk aan: Huur of hypotheek, energie, verzekeringen, gemeentelijke belastingen, onderhoud, servicekosten.
Bij een koopwoning moet worden besloten of de woning wordt verkocht, verhuurd of aangehouden.
Bij een huurwoning moet de huur worden opgezegd en de woning worden opgeleverd.
De eigen bijdrage aan het CAK en de lasten van de oude woning kunnen tijdelijk naast elkaar bestaan.
Het is daarom verstandig om vooraf financieel advies te vragen wanneer de situatie ingewikkeld is.
Zorgverzekering
Een bewoner van een verpleeghuis blijft in beginsel een zorgverzekering houden en premie betalen.
Welke medische kosten via de Wlz en welke via de zorgverzekering lopen, hangt onder andere af van de vraag of de instelling ook de behandeling levert.
Laat de zorginstelling uitleggen: wie de arts is, hoe medicatie wordt betaald, hoe tandheelkundige zorg is geregeld, welke hulpmiddelen via de instelling lopen, welke kosten via de zorgverzekering blijven lopen.
Persoonsgebonden budget en woonkosten
Een pgb betaalt zorg die in de indicatie of beschikking is toegekend.
Het is geen algemeen bedrag voor alle kosten van het dagelijks leven.
Met een pgb kunnen bijvoorbeeld begeleiding, persoonlijke verzorging of andere toegestane zorgvormen worden ingekocht.
Huur, voeding, energie en gewone woonkosten worden niet automatisch door het pgb betaald.
Bij kleinschalige wooninitiatieven kan iemand daarom zowel woonkosten als zorgkosten hebben.
Controleer altijd afzonderlijk:
- Welke kosten uit het pgb mogen worden betaald;
- Welke kosten de bewoner zelf moet betalen;
- Welke zorgovereenkomsten nodig zijn;
- Wie het pgb beheert;
- Welke eigen bijdrage geldt.
De laatste levensfase
Veel bewoners blijven tot hun overlijden in het verpleeghuis wonen.
Wanneer duidelijk wordt dat iemand in de laatste levensfase komt, bespreekt het zorgteam meestal met de bewoner en familie:
- Wat iemand nog wil;
- Welke behandelingen nog passend zijn;
- Pijnbestrijding;
- Benauwdheid;
- Eten en drinken;
- Ziekenhuisopname of behandeling in het verpleeghuis;
- Aanwezigheid van familie;
- Geestelijke verzorging;
- Persoonlijke of religieuze rituelen;
- Wie gebeld moet worden;
- Wensen rond de laatste verzorging. Het helpt wanneer deze wensen al eerder zijn besproken en vastgelegd.
Wanneer een bewoner overlijdt
Na het overlijden moet een arts het overlijden vaststellen. De arts verricht een lijkschouw en beoordeelt of sprake is van een natuurlijke dood.
Bij twijfel of een niet-natuurlijke dood wordt de gemeentelijk lijkschouwer betrokken. Het verpleeghuis neemt contact op met de afgesproken contactpersoon.
Familie krijgt meestal gelegenheid om afscheid te nemen.
De laatste verzorging
Na het overlijden wordt het lichaam verzorgd.
Dit wordt ook wel de laatste zorg genoemd.
Afhankelijk van de wensen en mogelijkheden kan familie hierbij aanwezig zijn of helpen.
Er kunnen afspraken worden gemaakt over:
kleding, sieraden, bril, gebitsprothese, persoonlijke rituelen, geloof of levensbeschouwing, opbaren, vervoer. Het is verstandig dergelijke wensen al vóór het overlijden te bespreken.
De uitvaartondernemer
De familie neemt contact op met een uitvaartondernemer.
De uitvaartondernemer kan onder andere helpen met: vervoer , aangifte van overlijden, opbaring, begraven of cremeren, rouwkaarten, de afscheidsbijeenkomst, administratieve documenten. Bij een natuurlijke dood geeft de arts de benodigde verklaring af.
Binnen hoeveel dagen moet de uitvaart plaatsvinden?
In Nederland mag een overledene normaal gesproken niet eerder dan 36 uur na het overlijden worden begraven of gecremeerd.
De begrafenis of crematie moet uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden plaatsvinden.
Weekenden en feestdagen tellen niet als werkdagen.
Voor een eerdere of latere uitvaart is toestemming nodig van de bevoegde autoriteiten. [11]
Binnen hoeveel dagen moet de kamer leeg zijn?
Voor het leegruimen van een kamer in een verpleeghuis bestaat geen landelijke wettelijke termijn die bij iedere instelling hetzelfde is.
De termijn staat meestal in: de zorgovereenkomst, de algemene voorwaarden, de huisregels, aanvullende afspraken van de instelling.
Vaak is de termijn kort, omdat een andere cliënt op een kamer wacht.
Vraag daarom al bij opname: “Hoeveel tijd krijgen nabestaanden na een overlijden om de kamer leeg te maken?”
Dat voorkomt dat familie tijdens een periode van rouw onverwacht onder tijdsdruk komt te staan.
Wanneer de afgesproken termijn niet haalbaar is, moet dit zo snel mogelijk met de instelling worden besproken.
Wat moet verder worden geregeld?
Na een overlijden moeten nabestaanden vaak nog veel praktische zaken afhandelen: persoonlijke eigendommen ophalen, sleutels inleveren, hulpmiddelen retourneren, waardevolle spullen controleren, abonnementen beëindigen, verzekeringen informeren, bankzaken regelen, testament controleren, nalatenschap afwikkelen, post doorsturen, digitale accounts beheren, belastingzaken regelen, de oude woning afwikkelen wanneer die nog bestond. Verdeel deze taken waar mogelijk over meerdere mensen. Rouw en administratie tegelijk dragen kan zwaar zijn.
Een verpleeghuis blijft een woonplek
Een bewoner is niet alleen een cliënt.
Niet alleen een zorgprofiel.
Niet alleen iemand met dementie, hartfalen of lichamelijke beperkingen.
Het blijft iemand met een geschiedenis.
Met voorkeuren.
Met trots.
Met humor.
Met relaties.
Met angst en verdriet.
Met een behoefte aan nabijheid en herkenning.
Goede verpleeghuiszorg betekent daarom: Luisteren voordat er wordt overgenomen,
keuzes bieden waar dat mogelijk is, veiligheid bewaken zonder alle vrijheid weg te nemen, familie betrekken zonder alle verantwoordelijkheid bij familie neer te leggen,
en blijven zien wie iemand is, ook wanneer die persoon steeds meer zorg nodig heeft.