Meningeoom in het hoofd
Een meningeoom is een tumor die ontstaat uit de hersenvliezen. De hersenvliezen zijn beschermende lagen die rondom de hersenen en het ruggenmerg liggen. Een meningeoom groeit meestal aan de binnenkant van het hersenvlies, tegen de hersenen aan.
De tumor ontstaat dus meestal niet in het hersenweefsel zelf. Toch wordt een meningeoom vaak een hersentumor genoemd, omdat de tumor zich binnen de schedel bevindt en druk kan uitoefenen op de hersenen, hersenzenuwen of bloedvaten.
De meeste meningeomen zijn goedaardig en groeien langzaam. Goedaardig betekent echter niet automatisch dat de tumor onschuldig is. Ook een langzaam groeiend meningeoom kan ernstige klachten veroorzaken wanneer het op een kwetsbare plaats ligt of belangrijke delen van de hersenen verdrukt.
Waar kan een meningeoom ontstaan?
Hersenvliezen bevinden zich rondom en tussen verschillende delen van de hersenen. Daardoor kan een meningeoom op verschillende plaatsen in het hoofd ontstaan, bijvoorbeeld:
- aan de buitenkant van een hersenhelft;
- tussen beide hersenhelften;
- aan de schedelbasis;
- bij de oogzenuwen;
- in de buurt van belangrijke hersenzenuwen;
- rondom grote bloedvaten;
- bij de kleine hersenen;
- in de buurt van de hersenstam.
De plaats van de tumor is belangrijk. Een relatief klein meningeoom kan veel klachten veroorzaken wanneer het vlak bij een oogzenuw, hersenzenuw of belangrijk hersengebied ligt.
Een groter meningeoom kan soms langere tijd weinig klachten geven wanneer het langzaam groeit op een plaats waar de hersenen zich enige tijd kunnen aanpassen.
Daarom kijken artsen niet alleen naar de grootte van de tumor. Ook de plaats, de groeisnelheid, de klachten en de lichamelijke conditie van de patiënt bepalen of behandeling nodig is.
Is een meningeoom goedaardig of kwaadaardig?
Meningeomen worden ingedeeld in drie graden. De graad zegt iets over het gedrag en de groeisnelheid van de tumor.
WHO-graad 1
Een meningeoom van graad 1 is goedaardig. Dit is verreweg de meest voorkomende vorm. Deze tumor:
- groeit meestal langzaam;
- blijft meestal op één plaats;
- groeit meestal niet het hersenweefsel in;
- zaait niet uit naar andere organen.
Ongeveer negen van de tien meningeomen vallen binnen deze groep.
WHO-graad 2
Een meningeoom van graad 2 wordt ook een atypisch meningeoom genoemd. Deze tumor kan:
- sneller groeien dan een graad 1-meningeoom;
- na behandeling gemakkelijker terugkomen;
- soms in het omliggende hersenweefsel groeien.
Een atypisch meningeoom is niet volledig goedaardig, maar ook niet hetzelfde als een agressieve kwaadaardige hersentumor.
WHO-graad 3
Een meningeoom van graad 3 is kwaadaardig en komt zelden voor. Deze vorm:
- groeit meestal sneller;
- kan het hersenweefsel binnendringen;
- kan na behandeling terugkomen;
- kan zich heel soms naar andere plaatsen verspreiden.
De definitieve graad kan meestal pas worden vastgesteld wanneer tumorweefsel na een operatie door een patholoog is onderzocht. Op een MRI-scan kan een arts vaak met grote zekerheid zien dat het om een meningeoom gaat, maar de exacte graad wordt bepaald door weefselonderzoek.
Hoe ontstaat een meningeoom?
Bij de meeste mensen is niet precies vast te stellen waarom een meningeoom is ontstaan. De tumor komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen en wordt meestal vastgesteld op middelbare of oudere leeftijd.
Er zijn aanwijzingen dat hormonale factoren een rol kunnen spelen. Dit betekent niet dat hormonen bij iedere patiënt de oorzaak zijn. De precieze betekenis van hormonen verschilt per tumor en wordt nog onderzocht.
Ook mensen die tijdens hun kinderjaren of jeugd bestraling op het hoofd hebben gehad, kunnen later een verhoogde kans hebben op het ontwikkelen van een meningeoom.
In zeldzame gevallen hangt een meningeoom samen met een erfelijke aandoening, zoals neurofibromatose type 2. De meeste mensen met één meningeoom hebben echter geen aantoonbaar erfelijk syndroom.
Klachten bij een meningeoom
Een meningeoom groeit vaak langzaam. Daardoor kunnen de hersenen zich enige tijd aan de groei aanpassen en ontstaan klachten soms pas na maanden of jaren.
Sommige meningeomen worden toevallig ontdekt tijdens een CT- of MRI-scan die om een andere reden wordt gemaakt. Een deel van de mensen heeft geen klachten of houdt slechts lichte klachten.
Wanneer de tumor groter wordt, kan deze tegen de hersenen, hersenzenuwen of bloedvaten drukken. Welke klachten ontstaan, hangt vooral af van de plaats van het meningeoom.
Hoofdpijn
Hoofdpijn kan voorkomen, maar hoofdpijn alleen betekent meestal niet dat iemand een meningeoom heeft. Hoofdpijn komt zeer veel voor en heeft meestal een andere oorzaak.
Bij een meningeoom kan hoofdpijn ontstaan doordat de tumor ruimte inneemt of doordat de druk in het hoofd toeneemt. De hoofdpijn kan geleidelijk veranderen of steeds vaker aanwezig zijn.
Misselijkheid en braken
Wanneer de druk in het hoofd toeneemt, kunnen misselijkheid en braken ontstaan. Dit kan samengaan met toenemende hoofdpijn, wazig zien, dubbelzien of sufheid.
Epileptische aanvallen
Een meningeoom kan het omliggende hersenweefsel prikkelen en daardoor een epileptische aanval veroorzaken. Een aanval hoeft niet altijd te bestaan uit hevige schokken van het hele lichaam.
Mogelijke verschijnselen zijn:
- trekkingen van een arm, been of deel van het gezicht;
- plotseling staren en niet reageren;
- vreemde gevoelens, geuren of gewaarwordingen;
- kortdurende verwardheid;
- bewustzijnsverlies;
- schokken van armen en benen.
Een eerste epileptische aanval moet altijd medisch worden beoordeeld.
Minder kracht of verlammingsverschijnselen
Wanneer een meningeoom druk uitoefent op een hersengebied dat beweging aanstuurt, kan iemand minder kracht krijgen in een arm of been. Soms ontstaat krachtsverlies aan één kant van het lichaam.
Deze klachten kunnen langzaam toenemen, maar plotseling krachtsverlies moet altijd als spoed worden beoordeeld omdat ook een beroerte de oorzaak kan zijn.
Veranderingen in het gevoel
Er kunnen tintelingen, een doof gevoel of een verminderd gevoel ontstaan in het gezicht, een arm, een been of een andere plaats van het lichaam.
Problemen met spreken of taal
Een meningeoom kan invloed hebben op hersengebieden die nodig zijn voor spreken en taal. Iemand kan bijvoorbeeld:
- moeilijker op woorden komen;
- woorden verkeerd gebruiken;
- minder duidelijk spreken;
- moeite hebben om een gesprek te volgen;
- moeite hebben met lezen of schrijven.
Problemen met zien
Bij een meningeoom in de buurt van de oogzenuwen of andere delen van het gezichtssysteem kunnen klachten ontstaan zoals:
- wazig zien;
- dubbelzien;
- minder goed zien met één oog;
- uitval van een deel van het gezichtsveld;
- steeds ergens tegenaan lopen;
- moeite met diepte of afstand inschatten.
Verlies van gezichtsvermogen kan soms blijvend worden wanneer een oogzenuw langdurig onder druk heeft gestaan. Nieuwe of toenemende problemen met zien moeten daarom tijdig met een arts worden besproken.
Problemen met horen of evenwicht
Een meningeoom bij de schedelbasis of in de buurt van hersenzenuwen kan leiden tot:
- slechter horen;
- oorsuizen;
- duizeligheid;
- evenwichtsproblemen;
- onzeker of wankel lopen.
Vermoeidheid en trager denken
Vermoeidheid is een veelvoorkomende klacht bij mensen met een hersentumor. Iemand kan merken dat dagelijkse activiteiten meer energie kosten en dat herstel na inspanning langer duurt.
Ook kunnen problemen ontstaan met:
- concentreren;
- informatie verwerken;
- meerdere dingen tegelijk doen;
- plannen en organiseren;
- onthouden;
- snel reageren;
- omgaan met drukte of prikkels.
Deze klachten zijn niet altijd direct zichtbaar voor anderen, maar kunnen grote invloed hebben op werk, gezin en sociale contacten.
Veranderingen in gedrag en emoties
Een meningeoom kan invloed hebben op hersengebieden die betrokken zijn bij gedrag, initiatief, emoties en zelfcontrole. Mogelijke veranderingen zijn:
- sneller geïrriteerd of boos worden;
- minder initiatief nemen;
- vlakker reageren;
- minder belangstelling tonen;
- impulsiever gedrag;
- moeite met overzicht houden;
- emotioneel wisselender worden;
- minder goed aanvoelen wat gedrag met anderen doet.
Soms merkt de omgeving deze veranderingen eerder op dan de persoon zelf. Gedragsveranderingen zijn niet automatisch psychisch van oorsprong. Bij duidelijke en onverklaarde veranderingen moet ook naar lichamelijke of neurologische oorzaken worden gekeken.
Onderzoek en diagnose
Bij klachten begint het onderzoek meestal met een gesprek over de klachten en een lichamelijk en neurologisch onderzoek. De arts kijkt onder andere naar spierkracht, gevoel, evenwicht, reflexen, oogbewegingen, spreken en geheugen.
CT-scan
Een CT-scan kan een afwijking in het hoofd zichtbaar maken. Soms wordt een meningeoom voor het eerst op een CT-scan ontdekt.
MRI-scan
Een MRI-scan brengt de hersenen, hersenvliezen en omliggende structuren nauwkeuriger in beeld. Op de scan kan de arts onder andere beoordelen:
- waar het meningeoom ligt;
- hoe groot de tumor is;
- of de tumor tegen de hersenen drukt;
- of er vocht rondom de tumor aanwezig is;
- of belangrijke zenuwen of bloedvaten betrokken zijn;
- of de tumor bij controles groeit.
Op grond van het beeld kan vaak met grote zekerheid worden vastgesteld dat het om een meningeoom gaat.
Vaatonderzoek
Meningeomen kunnen veel bloedvaten bevatten. Wanneer een operatie wordt overwogen, kan soms een vaatonderzoek of angiografie nodig zijn. Hiermee worden de bloedvaten rondom de tumor onderzocht.
In bepaalde situaties kan de bloedtoevoer naar de tumor voorafgaand aan de operatie gedeeltelijk worden afgesloten. Dit wordt embolisatie genoemd en kan het bloedverlies tijdens de operatie helpen beperken.
Weefselonderzoek
Wanneer de tumor wordt verwijderd, onderzoekt een patholoog het tumorweefsel. Hierdoor kan worden vastgesteld:
- of het daadwerkelijk een meningeoom is;
- om welk type meningeoom het gaat;
- welke WHO-graad de tumor heeft;
- hoe actief de tumorcellen zich delen.
Deze uitslag is belangrijk voor het bepalen van de verdere behandeling en de controles.
Behandeling van een meningeoom
Niet ieder meningeoom hoeft direct te worden behandeld. De keuze hangt af van:
- de grootte van de tumor;
- de plaats van de tumor;
- de aanwezige klachten;
- de groeisnelheid;
- de WHO-graad;
- de leeftijd van de patiënt;
- de lichamelijke conditie;
- de risico’s van een operatie of bestraling;
- de wensen van de patiënt.
De belangrijkste mogelijkheden zijn controleren, opereren en bestralen.
Afwachten en controleren: wait-and-scan
Een klein meningeoom dat geen of weinig klachten veroorzaakt, hoeft soms niet direct te worden behandeld. De patiënt krijgt dan regelmatig een MRI-scan.
Dit wordt een wait-and-scanbeleid genoemd. Dit betekent niet dat er niets wordt gedaan.
De arts controleert:
- of de tumor groeit;
- hoe snel de tumor groeit;
- of nieuwe klachten ontstaan;
- of bestaande klachten veranderen.
Wanneer de tumor langere tijd niet groeit, kunnen de perioden tussen de scans langer worden. Wanneer de tumor wel groeit of klachten gaat veroorzaken, kan alsnog een operatie of bestraling worden overwogen.
Operatie
Bij een operatie probeert de neurochirurg zo veel mogelijk van het meningeoom veilig te verwijderen. Bij een meningeoom in het hoofd wordt meestal tijdelijk een gedeelte van het schedelbot geopend. Dit heet een craniotomie.
Het doel van de operatie kan zijn:
- druk op de hersenen verminderen;
- neurologische klachten verminderen;
- epileptische aanvallen helpen beperken;
- verdere beschadiging voorkomen;
- tumorweefsel verkrijgen voor onderzoek;
- verdere groei voorkomen.
De chirurg probeert de tumor volledig te verwijderen, maar dit is niet altijd verantwoord. Een meningeoom kan vastzitten aan belangrijke bloedvaten, hersenzenuwen of andere kwetsbare structuren. In dat geval kan het veiliger zijn om een deel van de tumor achter te laten.
Mogelijke risico’s hangen sterk af van de plaats en grootte van de tumor. Voorbeelden zijn bloedingen, infecties, lekkage van hersenvocht, epileptische aanvallen en tijdelijke of blijvende neurologische uitval.
De neurochirurg bespreekt vooraf welke risico’s in de persoonlijke situatie gelden.
Bestraling
Bestraling kan worden toegepast:
- wanneer een operatie te riskant is;
- wanneer de tumor moeilijk bereikbaar is;
- wanneer een deel van de tumor is achtergebleven;
- wanneer de tumor na een operatie opnieuw groeit;
- bij een meningeoom van graad 2 of graad 3;
- bij bepaalde kleinere meningeomen.
Het doel van bestraling is meestal om de groei van de tumor te stoppen of langdurig af te remmen. De tumor verdwijnt na bestraling meestal niet volledig.
Afhankelijk van de grootte en plaats kan bestraling in één behandeling of verdeeld over meerdere behandelingen worden gegeven. Een nauwkeurig gerichte vorm wordt stereotactische bestraling genoemd. In geselecteerde situaties kan protonentherapie worden overwogen.
Medicijnen tegen klachten
Medicijnen laten het meningeoom meestal niet verdwijnen. Ze kunnen wel worden gebruikt om klachten te verminderen.
Mogelijke medicijnen zijn:
- medicijnen tegen epileptische aanvallen;
- dexamethason om vocht en zwelling rondom de tumor te verminderen;
- pijnstillers;
- medicijnen tegen misselijkheid.
Chemotherapie werkt over het algemeen niet bij een meningeoom en wordt daarom niet als standaardbehandeling gebruikt.
Controles na de behandeling
Na een operatie of bestraling blijven controles nodig. Tijdens deze controles wordt besproken hoe het gaat en worden meestal regelmatig MRI-scans gemaakt.
De duur en frequentie van de controles hangen onder andere af van:
- de WHO-graad;
- de plaats van de tumor;
- of de tumor volledig is verwijderd;
- of een deel is achtergebleven;
- de eerdere groeisnelheid;
- de behandeling die is gegeven.
Een meningeoom kan na behandeling terugkomen. De kans hierop is groter wanneer niet de hele tumor kon worden verwijderd of wanneer sprake is van graad 2 of graad 3. Bij nieuwe groei kan soms opnieuw worden geopereerd of bestraald.
Herstel en revalidatie
Het herstel verschilt sterk per persoon. Dit hangt af van de plaats en grootte van het meningeoom, de klachten vóór de behandeling en de gevolgen van de operatie of bestraling.
Mogelijke klachten tijdens het herstel zijn:
- vermoeidheid;
- hoofdpijn;
- concentratieproblemen;
- geheugenproblemen;
- overgevoeligheid voor geluid of drukte;
- minder kracht;
- evenwichtsproblemen;
- taalproblemen;
- emotionele veranderingen;
- onzekerheid of angst voor terugkeer.
Revalidatie kan helpen bij problemen met bewegen, spreken, geheugen, planning, energieverdeling en het hervatten van dagelijkse activiteiten.
Hierbij kunnen onder andere een revalidatiearts, fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, psycholoog of maatschappelijk werker betrokken worden.
Klachten kunnen verbeteren nadat de druk op de hersenen is verminderd. Toch verdwijnen klachten niet altijd volledig. Hersenen en zenuwen die langdurig onder druk hebben gestaan, kunnen tijd nodig hebben om te herstellen en soms blijft een deel van de beperkingen bestaan.
Gevolgen voor het dagelijks leven
Ook een goedaardig meningeoom kan grote gevolgen hebben. Vermoeidheid, tragere informatieverwerking en problemen met concentratie zijn voor de omgeving niet altijd zichtbaar.
Iemand kan er lichamelijk goed uitzien, maar toch moeite hebben met:
- werken;
- autorijden;
- het huishouden;
- drukke ruimtes;
- sociale afspraken;
- opvoeding en gezinsleven;
- omgaan met onverwachte veranderingen;
- langdurig lezen of gesprekken volgen.
Het is belangrijk dat naasten begrijpen dat deze beperkingen niet altijd met motivatie of inzet te maken hebben. De tumor, de behandeling en de veranderde werking van de hersenen kunnen de belastbaarheid daadwerkelijk verminderen.
Vooruitzichten
De vooruitzichten bij een meningeoom zijn vaak gunstig, vooral bij een meningeoom van graad 1 dat volledig verwijderd kan worden of langdurig met bestraling onder controle kan worden gehouden.
De vooruitzichten zijn minder gunstig wanneer:
- de tumor op een moeilijk bereikbare of kwetsbare plaats ligt;
- de tumor niet volledig kan worden verwijderd;
- de tumor snel groeit;
- de tumor meerdere keren terugkomt;
- sprake is van graad 2 of graad 3;
- belangrijke hersenzenuwen of bloedvaten betrokken zijn.
Een persoonlijke prognose kan alleen door de behandelend specialist worden gegeven. Alleen de grootte van het meningeoom zegt onvoldoende. De plaats, groei, graad, klachten en behandelmogelijkheden zijn minstens zo belangrijk.
Wanneer contact opnemen met een arts?
Neem contact op met de huisarts bij langzaam toenemende of onverklaarde klachten, zoals:
- steeds terugkerende of veranderende hoofdpijn;
- geleidelijk krachtsverlies;
- problemen met spreken of zien;
- toenemende vergeetachtigheid;
- duidelijke gedragsveranderingen;
- onverklaarde aanvallen van staren of trekkingen;
- toenemende problemen met lopen of evenwicht.
Deze klachten betekenen niet automatisch dat iemand een meningeoom heeft. Ze kunnen veel verschillende oorzaken hebben. Medisch onderzoek is nodig om de oorzaak vast te stellen.
Wanneer is directe hulp nodig?
Bel direct 112, de huisarts of de huisartsen-spoedpost bij:
- plotselinge verlamming van een arm of been;
- een plotseling scheve mond;
- plotseling niet goed kunnen praten, slikken of zien;
- een eerste epileptische aanval;
- een aanval die langer dan vijf minuten duurt;
- meerdere aanvallen kort na elkaar;
- niet goed wakker worden na een aanval;
- plotseling zeer hevige hoofdpijn;
- hoofdpijn met herhaald braken, sufheid of uitvalsverschijnselen.
Plotselinge uitvalsverschijnselen kunnen bijvoorbeeld door een beroerte worden veroorzaakt. Snel medisch handelen is dan noodzakelijk.
Tot slot
Een meningeoom is meestal een langzaam groeiende en goedaardige tumor van het hersenvlies. Toch kan de tumor door zijn plaats en omvang belangrijke hersenfuncties beïnvloeden.
Niet ieder meningeoom hoeft direct behandeld te worden. Soms is regelmatige controle voldoende. Wanneer de tumor groeit of klachten veroorzaakt, kunnen een operatie of bestraling nodig zijn.
Een tijdige beoordeling is belangrijk bij nieuwe neurologische klachten, epileptische aanvallen, gedragsveranderingen of toenemende problemen met zien, spreken, bewegen en denken.
De informatie op deze pagina is algemeen. De persoonlijke situatie, MRI-beelden, klachten en behandelmogelijkheden moeten altijd met een neuroloog, neurochirurg of radiotherapeut worden besproken.
Nederlandse informatie en professionele bronnen
- UMC Utrecht – Meningeoom
Uitgebreide informatie over symptomen, diagnostiek, behandeling, begeleiding en revalidatie.
https://www.umcutrecht.nl/nl/ziekte/meningeoom
- Radboudumc – Wat is een meningeoom?
Informatie over de verschillende graden, mogelijke risicofactoren, onderzoeken en behandelmogelijkheden.
https://www.radboudumc.nl/patientenzorg/aandoeningen/m/meningeoom/wat-is-een-meningeoom
- Kanker.nl – Meningeoom
Door deskundigen gecontroleerde informatie over klachten, behandeling, controles, vooruitzichten en ondersteuning.
https://www.kanker.nl/kankersoorten/hersentumoren/andere-soorten-hersentumoren/meningeoom
- Hersenstichting – Hersentumor
Informatie over verschillende hersentumoren, waaronder het meningeoom, en de lichamelijke en cognitieve gevolgen.
https://www.hersenstichting.nl/hersenaandoeningen/hersentumor/
- Stichting Hersentumor.nl
Informatie en ondersteuning voor mensen met een hersentumor en hun naasten.
https://hersentumor.nl
- Thuisarts – Epilepsie
Praktische informatie over epileptische aanvallen en wanneer directe medische hulp nodig is.
https://www.thuisarts.nl/epilepsie/ik-heb-epilepsie
Thuisarts – Plotselinge neurologische uitval
Informatie over plotselinge verlamming en problemen met spreken, slikken of zien.
https://www.thuisarts.nl/verlamde-arm-verlamd-been-scheve-mond-of-niet-goed-praten-slikken-of-zien
- Integraal Kankercentrum Nederland – Meningeomen in Nederland
Landelijke informatie en registratiegegevens over meningeomen in Nederland.
https://iknl.nl/nieuws/2021/eerste-landelijke-overzichtsrapport-meningeomen