Lichen planopilaris: blijvende haaruitval door ontstoken haarzakjes
Lichen planopilaris is een chronische ontstekingsaandoening van de hoofdhuid waarbij de haarzakjes worden aangetast. Door de ontstekingsreactie kunnen de haarzakjes beschadigd raken en uiteindelijk verlittekenen. Op plaatsen waar volledige verlittekening is ontstaan, kunnen geen nieuwe haren meer groeien.
Deze vorm van haaruitval wordt daarom ook littekenalopecie of cicatriciële alopecie genoemd. De Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie beschrijft lichen planopilaris als een aandoening waarbij ontstoken haarzakjes leiden tot haaruitval en littekenvorming. De aandoening wordt vooral gezien bij vrouwen tussen de veertig en zestig jaar, maar kan ook op andere leeftijden en bij mannen voorkomen.
Hoe begint lichen planopilaris?
De aandoening begint meestal niet direct met een volledig kale plek. Eerst kunnen rondom afzonderlijke haren kleine rode plekken, rode bultjes of fijne schilfers zichtbaar worden.
Roodheid die zich direct rondom een haarzakje bevindt, wordt perifolliculaire roodheid of perifolliculair erytheem genoemd. De schilfers kunnen als een klein kokertje rondom de haarschacht zitten. Nederlandse dermatologen noemen perifolliculaire roodheid, schilfering en verhoorning rondom de haarzakjes kenmerkende verschijnselen van actieve lichen planopilaris.
Sommige mensen hebben daarnaast last van:
- Jeuk op de hoofdhuid;
- Een branderig of prikkelend gevoel;
- Pijn of gevoeligheid van de hoofdhuid;
- Rode bultjes rond de haren;
- Schilfers die rond de haarschacht vastzitten;
- Haren die gemakkelijker loslaten;
- Eén of meerdere langzaam groter wordende kale plekken.
De roodheid en schilfering zijn meestal het duidelijkst wanneer de ontsteking actief is. Wanneer de ontstekingsactiviteit later afneemt, kan de roodheid verminderen of verdwijnen. Op die plaats kan ondertussen wel blijvende schade aan de haarzakjes zijn ontstaan.
Een plek die niet meer rood is, hoeft daarom niet te betekenen dat daar nooit een ontsteking heeft gezeten. Het kan ook gaan om een oudere plek waarin de haarzakjes al zijn verlittekend. .
Waarom groeit het haar niet meer terug?
Een haar groeit vanuit een haarzakje dat zich in de huid bevindt. Bij lichen planopilaris ontstaat een ontstekingsreactie rondom delen van het haarzakje.
De precieze oorzaak van deze ontstekingsreactie is nog niet bekend. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie wordt vermoed dat sprake is van een auto-immuunreactie. Daarbij richt het afweersysteem zich tegen cellen of weefsels van het eigen lichaam. Dit is echter nog niet volledig bewezen.
Het haar valt niet letterlijk samen met het volledige haarzakje uit de hoofdhuid. Het haarzakje raakt door de ontsteking beschadigd. Wanneer de beschadiging ernstig genoeg is, ontstaat verlittekening en kan het haarzakje geen nieuwe haar meer vormen.
De kale huid kan daardoor:
- Glad worden;
- Bleek of witachtig worden;
- Enigszins glanzen;
- Minder openingen van haarzakjes laten zien;
- Blijvend kaal blijven.
Wanneer een haarzakje volledig is verlittekend, is deze schade onomkeerbaar. Behandeling kan dan geen nieuw haarzakje laten ontstaan. De behandeling is daarom vooral gericht op het beschermen van de haarzakjes die nog niet blijvend zijn beschadigd.
Wordt lichen planopilaris veroorzaakt door stress?
Lichen planopilaris moet niet zonder meer worden omschreven als haaruitval die door stress wordt veroorzaakt. De precieze oorzaak van de aandoening is onbekend. Er is geen bewijs dat psychische stress zelfstandig de haarzakjes vernietigt en lichen planopilaris veroorzaakt.
De Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie vermeldt wel dat stress lichen planus mogelijk kan verergeren. Lichen planopilaris is een vorm van lichen planus waarbij de haarzakjes zijn aangedaan. Het is daarom mogelijk dat een stressvolle periode samenvalt met een toename van klachten of ontstekingsactiviteit. Daarmee is stress echter nog niet de bewezen oorzaak van de aandoening.
Dit onderscheid is belangrijk. Stress kan ook een andere vorm van haaruitval veroorzaken waarbij het haar verspreid over de hoofdhuid dunner wordt. Dit wordt vaak telogeen haarverlies of telogeen effluvium genoemd.
Bij telogeen haarverlies:
- Valt het haar meestal verspreid over de hoofdhuid uit;
- Ontstaan gewoonlijk geen verlittekende kale plekken;
- Zijn de haarzakjes niet blijvend vernietigd;
- Kan het haar na verloop van tijd meestal weer aangroeien.
Thuisarts noemt stress als een mogelijke oorzaak van tijdelijk of verspreid haarverlies. Dat is iets anders dan lichen planopilaris, waarbij plaatselijke ontstekingen en blijvende littekenvorming kunnen ontstaan.
Hoe verloopt de aandoening?
Het verloop van lichen planopilaris verschilt sterk per persoon. Bij sommige mensen breiden de kale plekken zich langzaam uit. Bij anderen ontstaan binnen een kortere periode verschillende kalende gebieden.
De aandoening kan gedurende een bepaalde periode actief zijn en daarna rustiger worden. Ook na een rustige periode kan de ontstekingsactiviteit opnieuw toenemen.
De actieve ontsteking bevindt zich vaak aan de randen van een kalende plek. Daar kunnen nog roodheid, schilfers, jeuk, branderigheid en loszittende haren aanwezig zijn.
Het midden van een oudere kale plek kan ondertussen glad en rustig lijken. Op die plaats kan al verlittekening zijn ontstaan. Een hoofdhuid die op dat moment niet rood is, sluit eerdere of plaatselijk aanwezige ziekteactiviteit daarom niet uit.
De Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie omschrijft lichen planopilaris als een hardnekkige aandoening met een wisselend verloop. De aandoening kan spontaan rustiger worden, maar later ook opnieuw actief worden.
Andere afwijkingen bij lichen planopilaris
Lichen planopilaris behoort tot de groep aandoeningen die onder lichen planus vallen. Sommige mensen hebben daarom niet alleen afwijkingen van de hoofdhuid.
Er kunnen ook afwijkingen voorkomen:
- op andere delen van de huid;
- in de mond;
- aan het tandvlees;
- rond de geslachtsdelen;
- aan de nagels.
De Nederlandse dermatologische richtlijn adviseert daarom om bij mensen met lichen planopilaris ook te vragen naar klachten van de mond, slijmvliezen, huid en nagels. Waar nodig kunnen deze gebieden door een arts worden onderzocht.
Frontal fibrosing alopecia
Frontal fibrosing alopecia, in het Nederlands ook wel frontale fibroserende alopecie genoemd, wordt gezien als een variant van lichen planopilaris.
Bij deze vorm trekt vooral de haargrens aan de voorkant en zijkanten van het hoofd langzaam naar achteren.
Soms begint het haarverlies bij de wenkbrauwen. Er kunnen losse haren achterblijven op plaatsen waar de haargrens vroeger liep.
Ook bij deze vorm ontstaat littekenvorming van de haarzakjes en kan het haarverlies blijvend zijn.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Verschillende huidaandoeningen kunnen roodheid, schilfering en haaruitval veroorzaken.
Alleen op basis van een beschrijving kan daarom niet met zekerheid worden vastgesteld dat sprake is van lichen planopilaris.
De diagnose moet worden gesteld door een arts, meestal een dermatoloog.
De dermatoloog bekijkt de hoofdhuid en let onder andere op:
- roodheid rondom de haarzakjes;
- schilfering rondom de haarschachten;
- verlies van openingen van haarzakjes;
- gladde of glanzende kale plekken;
- tekenen van actieve ontsteking;
- de plaats en uitbreiding van de haaruitval.
De dermatoloog kan een dermatoscoop of trichoscoop gebruiken. Dit is een vergrootinstrument waarmee de hoofdhuid, haarzakjes, schilfering en bloedvaatjes nauwkeuriger kunnen worden bekeken.
Wanneer het beeld niet duidelijk genoeg is, kan een huidbiopt worden afgenomen. Hierbij wordt onder plaatselijke verdoving een klein stukje huid verwijderd en onder de microscoop onderzocht.
De Nederlandse richtlijn vermeldt dat bij diagnostische onzekerheid twee kleine stansbiopten kunnen worden overwogen. Met trichoscopie kan worden bepaald op welke plaats het biopt het beste kan worden afgenomen.
Behandeling van lichen planopilaris
De behandeling is gericht op het afremmen van de ontsteking en het voorkomen van verdere beschadiging van de haarzakjes.
Haarzakjes die al volledig zijn verlittekend, kunnen door medicijnen niet worden hersteld.
Er bestaat geen behandeling die bij iedereen gegarandeerd werkt.
De keuze voor een behandeling hangt af van:
- de ernst van de ontsteking;
- de snelheid waarmee de haaruitval uitbreidt;
- de grootte en het aantal kale plekken;
- eerdere behandelingen;
- andere ziekten of gezondheidsproblemen;
- mogelijke bijwerkingen van medicijnen.
Plaatselijke behandeling
Een dermatoloog kan in eerste instantie kiezen voor een sterke corticosteroïdenlotion voor de hoofdhuid. Corticosteroïden remmen ontstekingen.
Soms wordt daarnaast een hormoonvrije ontstekingsremmer gebruikt, zoals een Calcineurine remmer. Voorbeelden daarvan zijn Tacrolimus en Pimecrolimus.
Bij plaatselijke, actieve plekken die onvoldoende reageren op lotions of crèmes, kunnen soms corticosteroïden rechtstreeks in de aangedane huid worden geïnjecteerd. De Nederlandse richtlijn geeft aan dat deze behandeling bij plaatselijke lichen planopilaris kan worden overwogen, maar dat de kwaliteit van het wetenschappelijke bewijs beperkt is.
Behandeling met tabletten
Wanneer de aandoening uitgebreid is, snel erger wordt of onvoldoende reageert op plaatselijke behandeling, kan een dermatoloog medicijnen in tabletvorm overwegen.
Mogelijke medicijnen zijn:
- hydroxychloroquine;
- doxycycline of minocycline;
- methotrexaat;
- acitretine;
- ciclosporine;
- mycofenolaatmofetil;
- in bepaalde situaties systemische corticosteroïden.
De Nederlandse richtlijn noemt hydroxychloroquine en methotrexaat als mogelijke behandelingen wanneer uitgebreide lichen planopilaris onvoldoende reageert op plaatselijke behandeling. Andere behandelopties zijn onder andere ciclosporine, mycofenolaatmofetil en retinoïden.
Deze medicijnen kunnen ernstige bijwerkingen hebben en zijn niet voor iedereen geschikt. Ze mogen alleen worden gebruikt onder begeleiding van een arts.
Afhankelijk van het medicijn kunnen bloedonderzoek, oogonderzoek of andere medische controles noodzakelijk zijn.
Behandelingen duren vaak meerdere maanden en soms meerdere jaren. Niet iedere behandeling werkt bij iedere patiënt even goed. Het kan daarom nodig zijn om de behandeling tussentijds aan te passen.
Waarom vroege herkenning belangrijk is
Een vroege diagnose kan niet garanderen dat het haarverlies volledig wordt gestopt.
Een tijdige behandeling kan de ontsteking mogelijk wel afremmen en helpen voorkomen dat nog meer haarzakjes blijvend beschadigd raken.
Het is verstandig om contact op te nemen met de huisarts bij:
- aanhoudende roodheid rondom afzonderlijke haren;
- schilfering die rondom de haren vastzit;
- pijn, jeuk of branderigheid van de hoofdhuid;
- plaatselijke haaruitval;
- kale plekken die glad, bleek of glanzend worden;
- kale plekken die steeds groter worden;
- het verdwijnen van openingen van haarzakjes;
- verlies van wenkbrauwharen;
- een haargrens die geleidelijk naar achteren trekt;
- zorgen of onzekerheid over de haaruitval.
De huisarts kan beoordelen of een verwijzing naar een dermatoloog nodig is.
Thuisarts adviseert eveneens om naar de huisarts te gaan wanneer iemand veel haar verliest, kale plekken krijgt of zich zorgen maakt over de haaruitval.
Gevolgen van blijvend haarverlies
Blijvend haarverlies kan grote gevolgen hebben voor het zelfbeeld en het dagelijks functioneren. Haar is voor veel mensen een belangrijk onderdeel van hun uiterlijk en identiteit.
Sommige mensen worden onzeker over hun uiterlijk, vermijden sociale situaties of zijn voortdurend bang dat de kale plekken verder zullen uitbreiden.
Haaruitval kan daardoor niet alleen lichamelijke, maar ook emotionele en sociale gevolgen hebben.
Thuisarts vermeldt dat haaruitval iemand onzeker of somber kan maken. Ook de Nederlandse richtlijn erkent dat haarverlies door lichen planopilaris zeer belastend kan zijn.
Haarwerk, camouflage en haartransplantatie
Wanneer grote delen van de hoofdhuid blijvend kaal zijn geworden, kan een haarwerk, pruik, haarstuk of cosmetische camouflage worden overwogen.
De Nederlandse richtlijn noemt daarnaast speciale haarverf, medische tatoeage en in bepaalde situaties haartransplantatie als mogelijke vormen van camouflage of herstel.
Bij invasieve behandelingen, zoals tatoeage of haartransplantatie, moet de aandoening eerst langere tijd niet meer actief zijn.
Beschadiging van de huid kan namelijk soms opnieuw ontstekingsactiviteit uitlokken. Dit wordt het Köbner fenomeen genoemd.
Een dermatoloog kan bij uitgebreide blijvende kaalheid helpen met een medische machtiging voor een pruik of haarwerk. Of de kosten geheel of gedeeltelijk worden vergoed, hangt af van de zorgverzekering en de geldende polisvoorwaarden.
Nederlandse professionele onderbouwing
De informatie over lichen planopilaris wordt in Nederland onder andere onderbouwd door de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie.
Deze beroepsvereniging vertegenwoordigt dermatologen en publiceert patiënten informatie en medisch-inhoudelijke artikelen over huidaandoeningen.
Daarnaast is er een Nederlandse richtlijn voor lichen planus en lichen planopilaris. Deze richtlijn is opgesteld met inbreng van dermatologen, huisartsen, andere medische beroepsgroepen en patiënten vertegenwoordigers. De richtlijn bevat aanbevelingen over diagnostiek, behandeling en begeleiding.
De Richtlijnendatabase vermeldt dat de aanbevelingen zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, professionele expertise en overleg binnen een multidisciplinaire werkgroep. De richtlijn is onder andere geautoriseerd door de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie en het Nederlands Huisartsen Genootschap.
Samenvatting
Lichen planopilaris is een chronische ontstekingsaandoening waarbij vooral rondom de haarzakjes roodheid, bultjes en schilfering kunnen ontstaan.
Door de ontsteking raken haarzakjes beschadigd. Vervolgens kunnen de haren uitvallen en kunnen de haarzakjes worden vervangen door littekenweefsel.
De roodheid kan later verminderen of verdwijnen, terwijl op die plaats blijvende kaalheid achterblijft. Wanneer een haarzakje volledig is verlittekend, kan daar geen nieuwe haar meer groeien.
Stress is geen bewezen directe oorzaak van lichen planopilaris. Stress kan mogelijk wel invloed hebben op de ernst of activiteit van lichen planus.
Gewone stress gerelateerde haaruitval is iets anders: daarbij ontstaat meestal verspreid haarverlies zonder blijvende vernietiging van de haarzakjes.
Omdat verloren haarzakjes niet kunnen worden hersteld, is het belangrijk nieuwe rode, pijnlijke, branderige, schilferende of kalende plekken tijdig door een huisarts of dermatoloog te laten onderzoeken.
Nederlandse bronnen en weblinks
- Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie – Lichen planopilaris
- Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie – Lichen planus
- Richtlijnendatabase – Diagnostiek bij lichen planus en lichen planopilaris
- Richtlijnendatabase – Systemische behandeling van lichen planopilaris
- Richtlijnendatabase – Injecties met corticosteroïden bij lichen planopilaris
- Richtlijnendatabase – Voorlichting en gevolgen van lichen planopilaris
- Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie – Behandelopties bij littekenalopecie
- Thuisarts – Haaruitval
- Thuisarts – Ik heb haaruitval: wat kan het zijn?
- Zie ook de E-learning
.